Govert Teunisz. Flinck

Govert Teunisz. Flinck

Male 1615 - 1660  (45 years)    Has no ancestors but one descendant in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Govert Teunisz. Flinck 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 25 Jan 1615  Kleve, NRh.-Wf., D Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 2 Feb 1660  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Person ID I646622  Geneagraphie
    Links To This person is also Govert Flinck at Wikipedia 
    Last Modified 3 Jun 2009 

    Family 1 Ingertje Thoveling,   d. 1651 
    Married 3 Jun 1645 
    Children 
     1. Nicolaes Anthonie Flinck,   b. 1646,   d. Yes, date unknown
    Last Modified 3 Jun 2009 
    Family ID F283470  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 2 Sofia van der Houve,   d. Yes, date unknown 
    Married 30 May 1656  Gouda, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Last Modified 3 Jun 2009 
    Family ID F283471  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 25 Jan 1615 - Kleve, NRh.-Wf., D Link to Google Earth
    Link to Google MapsMarried - 30 May 1656 - Gouda, ZH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsDied - 2 Feb 1660 - Amsterdam, NH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Photos
    Govert Flinck
    Govert Flinck

  • Notes 
    • Flinck werd geboren in het Rijnland . Arnold Houbraken , een beroemde biograaf van Nederlandse schilders, vertelt uitgebreid hoe de jonge Flinck weigerde zich te interesseren in de zijdehandel, waar zijn vader hem graag in opgeleid had gezien. Flinck bleef maar getrokken worden tot het tekenen. Pas toen Lambert Jacobsz., die doopsgezind preker en schilder was, eens in Kleef kwam preken, werden zijn ouders door deze Jacobsz. ervan overtuigd dat hun zoon best schilder kon worden, want …gelyk zy ook met hem over een kwamen, dat hy haren Zoon met hem mede naar Leeuwarden, in zyn huis en onder zyn opzicht, de Konst zoude leeren.
      In Leeuwarden was ook Jacob Backer bij Lambert Jacobsz in de leer. Houbraken weet te vertellen dat de twee samen naar Amsterdam vertrokken, rond 1633. Flinck ging daar in de leer bij Rembrandt . Waarschijnlijk was in de tijd dat Flinck in Rembrandts atelier leerde, ook Ferdinand Bol daar aanwezig (vanaf ca. 1635). Rond 1636 verliet Flinck de werkplaats van Rembrandt en stond op eigen benen. Houbraken vermeldt dat hij op dat moment Rembrandts werk zo nabij kwam dat verschillende werken van Flinck als Rembrandt zijn verkocht. Naderhand is zijn stijl met de smaak van de tijd mee ontwikkeld in de richting van een meer classicerende stijl. Het ging Flinck blijkbaar voor de wind, want in 1644 koopt hij een dubbel pand op de Lauriergracht (76 en 78) voor 10.000 gulden.
      Houbraken schrijft: Terwyl nu zyn Konstroem alom verspreid wierd, bekroop hem de troulust… Op 3 juni 1645 gaat Flinck in ondertrouw met Ingitta Thoveling. Zij kwam oorspronkelijk uit Rotterdam, waar haar vader bewindhebber van de VOC was geweest. Ten tijde van de ondertrouw woonde ze met haar moeder, die weduwe was, op de Prinsengracht. Flincks sociale status ging er steeds meer op vooruit en daarmee steeg de kans op opdrachten van de Amsterdamse elite. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Flinck in de jaren 1640 drie regenten- en schuttersportretten schilderde.
      Dat blijkt nog meer uit het ontzag waarmee Houbraken spreekt over het grote atelier van Flinck en één van zijn bewonderaars, Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg. Houbraken geeft een lange lijst van bekenden en vrienden van Flinck, allen lid van de Amsterdamse elite, zoals Cornelis en Andries de Graeff , Pieter en Jan Six . In 1651 overleed Flincks vrouw, die al jaren aan waterzucht leed. Flinck zelf, veranderde een aantal maanden later van confessie. De doopsgezinde Flinck werd Remonstrants .
      In de eerste helft van de jaren 1650 maakte Flinck steeds minder schilderijen. Dat lijkt vooral te wijten aan het teruglopen van het aantal portretten dat Flinck maakte. Houbraken zegt daarover: Doch zyn geest geneigt tot grooter ondernemingen en aangespoort door de Konst van Rubbens en van Dyk, die hy te Antwerpenen met veel opmerken had wezen beschouwen, wees degenen die hem portretten wilden laten schilderen naderhand af, naar Bartholomeus vander Helst. Houbraken heeft, op basis van overgeleverd werk, grotendeels gelijk. Het aantal portretten neemt zeker flink af, maar het is niet zo dat Flinck helemaal geen portretten meer schilderde. In de tweede helft van de jaren 1650 schilderde Flinck twee zeer grote stukken voor het nieuwe stadhuis.
      De laatste jaren van Flincks leven stonden helemaal in het teken van opdrachten voor het stadhuis. Er was gepland dat Flinck zeven werken met de Bataven als thema zou schilderen en bovendien nog eens vier met afbeeldingen van goede patriotten, maar, volgens Houbraken […] beliefde het den Almachtigen dit voornemen te stuiten […]. Toen Flinck in 1660 stierf kreeg Rembrandt de opdracht De Samenzwering onder Claudius Civilis te schilderen. Joost van den Vondel schreef een treurdicht over het voortijdige overlijden (hij was 44 jaar) van Flinck op 2 februari 1660. Op 7 februari werd hij begraven in de Westerkerk. Zijn zoon Nicolaas Antoni, die van hem het vak leerde, verkocht een pand op de Lauriergracht aan Hendrick van Uylenburgh . Als bewindhebber bij de VOC in Rotterdam raakte hij bevriend met de schilder Adriaen van der Werff .
      Flinck was al tijdens zijn leven een gevierd schilder. Zijn portretten vonden gretig aftrek onder de Amsterdamse notabelen en ook aan het hof van de prins van Oranje en bij Frederik Willem I van Brandenburg . Aanvankelijk was de invloed van Rembrandt goed zichtbaar in zijn werk. Later, vanaf omstreeks 1642, ontwikkelde hij een eigen stijl die meer overeenkwam met de destijds in zwang zijnde classisistische stijl, zoals gebruikt door Bartholomeus van der Helst . Bekende werken van Flinck zijn onder andere Samuel Manasse Ben Israel (1637, in het Mauritshuis in Den Haag) en Isaäk zegent Jacob (1638, Rijksmuseum).


      His father was strongly opposed to his idea of becoming a painter and secured him an apprenticeship with a silk merchant. According to Houbraken, however, the young Flinck was passionately fond of painting and spent much of his time drawing and sketching instead of attending to his work. Lambert Jacobsz (ca. 1592-1637), a Mennonite preacher and a painter as well, managed to persuade Flinck's father that painting was a perfectly honourable occupation. Around 1629-1630, Flinck accompanied Lambert Jacobsz to Leeuwarden, where he was to study under Jacobsz's supervision. At the studio in Leeuwarden Flinck met Jacob Adriaensz Backer, who was seven years his senior. The two men moved to Amsterdam, probably in the early 1630s. Houbraken mentions that they left together, but we have only his word to go by.
      Flinck studied with Rembrandt in or around 1633, during which time he absorbed the master's style and produced similar compositions. Houbraken reports that many of his works from that period were actually mistaken for Rembrandt's. Later, however, Flinck apparently made a conscious effort to change his style and turned to Flemish masters for inspiration. His earliest dated works are from 1636, which is probably the year he left Rembrandt's studio.
      Flinck himself was a man of considerable means, as we know from the fact that he bought two houses on the Lauriergracht, for which he paid 10,000 guilders on 26 May 1644. Shortly afterwards, he built a studio on these premises.
      Flinck was much sought after as a portraitist in the 1640s. He had good contacts and influential patrons in both Amsterdam and the area in which he was born. He worked on several major projects in the last decade of his life. In 1654, he executed a painting commissioned by Amalia van Solms for a private room in Huis ten Bosch. This was followed by two commissions for Amsterdam's new Town Hall in Dam Square, one for the Burgomasters' Chamber in 1656 and one for the Council Chamber in 1658.
      In November 1659, Flinck received his most prestigious commission of all, once again for the Town Hall of Amsterdam. He was invited to paint twelve pictures for the large gallery, but his death a few months later, on 2 February 1660, prevented him from completing the project.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources