Mr. Zacharias Alewijn

Mr. Zacharias Alewijn

Male 1742 - 1788  (46 years)    Has 41 ancestors but no descendants in this family tree.

Personal Information    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Zacharias Alewijn 
    Prefix Mr. 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 19 Mar 1742  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 22 Apr 1788 
    Person ID I646309  Geneagraphie
    Last Modified 2 Jun 2009 

    Father Mr. Jacob Alewijn,   b. 21 Jan 1714, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 16 Jun 1761, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location  (Age 47 years) 
    Mother Margaretha Helena Graafland,   b. 22 Jun 1720, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 26 Jan 1766, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location  (Age 45 years) 
    Married 26 Apr 1740  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Siblings 2 siblings 
    Family ID F199127  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 1 Susanna Agatha Calkoen,   b. 1740,   d. 1780  (Age 40 years) 
    Married 26 Apr 1767 
    Last Modified 2 Jun 2009 
    Family ID F283313  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 2 Sara Maria van de Poll,   b. 2 Feb 1752,   d. 19 May 1817  (Age 65 years) 
    Married 3 Jun 1783 
    Last Modified 2 Jun 2009 
    Family ID F283314  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 19 Mar 1742 - Amsterdam, NH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Notes 
    • promoveerde 14 Juni 1764 te Utrecht op Theses fusius explicatae ad varias juris civilis controversias eiusque historiam criticenque spectantes. Hij werd reeds in 1768 Schepen zijner geboortestad, welk ambt hij later nog zes maal vervulde. Voorts was hij sinds 1769 herhaaldelijk commissaris van Zeezaken, van Kleine zaken, van de Bank van leening en Weesmeester. In 1773 werd hij lid der Vroedschap.
      Reeds als student beoefende hij de Nederlandsche letteren. Hij behoorde in 1759 tot de oprichters van het studentengezelschap 'Dulces ante omnia Musea', en werkte mede aan het Leidsche gezelschap Minima crescunt, waaruit in 1766 de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde ontstond. In de Werken dezer Maatschappij gaf hij achtereenvolgens: Mengelingen behelzende Verbasterde spreekwijzen en een Aanhangsel van verminkte Plaatsen in oude Schrijveren (I, 101); Verdediging van de voornaamste Dichterlijke Vrijheden (II, 89 en III, 301); Toets van Nieuwerwetsche Taalkunde (VII, 301) en Vertoog over de voorzetsels Te Ten Ter (VII, 327). Voorts schreef hij artikelen in de Nieuwe Bijdragen tot opbouw der Nederlandsche Letterkunde, in 1763 en 66 te Leiden verschenen en in de Tweede Proeve van 'Dulces ante omnia Musae' (1782). De Bibliotheek der Maatschappij d. Ned. Lett. bezit een aantal waardevolle oude handschriften, door hem gelegateerd, benevens eenige bundels aanteekeningen van zijne hand over taalkundige onderwerpen en eene verzameling brieven uit de jaren 1761-88 aan prof. M. Tydeman, met wien hij sinds zijn studententijd in warme vriendschap was verbonden. Ook berust er eene verzameling Gedichten en vertoogen, van welke laatste er een over de godlijkheid des Bijbels, verkort gedrukt is in de Nederlandsche Bibliotheek van 1780. In de Tweede Proeve van het genootschap Dulces ante omnia Musae (1782) komt van zijne hand een vers voor 'Aan den nieuwen bard of den dichter der zoogenaamde Bardietjes' (Swildens). De bundel grafdichten bij het overlijden van ds. Rutger Schutte (1784) begint met een gedicht van zijne hand. Hij stelde zich in den strijd tusschen den Advocaat der Vaderlandsche Kerk en Burman c.s. aan de zijde van den eerste door de uitgave van een Parodia Vondeliana of kranke-troost voor de vijanden van de Nationale Synode (herdrukt in Bilderdijks Gesch. des Vaderl. VIII, 290). In de politiek kan hij echter niet tot de Oranjegezinden worden gerekend; hij behoorde onder de amsterdamsche regenten tot de richting Rendorp. Als beslist geloovig Christen kon hij niet nalaten zich te mengen in den strijd tusschen den afgetreden predikant Paulus van Hemert en prof. G. Bonnet. In Een handvol aanteekeningen op den tweeden brief van P. van Hemert (Utr. 1766) viel hij met scherpe ironie de zeer heterodoxe stellingen van Van Hemert aan. Deze antwoordde met eene lijvige brochure: De handvol aanteekeningen teruggekaatst (Rott. 1787), waarop Alewijn weer liet volgen: XIII Brieven aan een vriend over het geschrift van P. van Hemert, enz. (Haarlem, 1787). Van Hemert antwoordde op zijne beurt met Brieven aan een vriend, enz. (Rott. 1788). Alewijns overlijden belette hem den strijd voort te zetten.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources