Michael Anton Sinkel

Michael Anton Sinkel[1]

Male 1785 - 1848  (63 years)    Has 2 ancestors but no descendants in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    Sources    |    Event Map    |    All

  • Name Michael Anton Sinkel 
    Born 1785 
    Gender Male 
    Died 22 Jan 1848  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Person ID I510389  Geneagraphie
    Last Modified 2 Mar 2007 

    Father Hermann Anton Jacob Sinkel,   d. Yes, date unknown 
    Mother Maria Anna Gertrud Wittig,   d. Yes, date unknown 
    Siblings 3 siblings 
    Family ID F207888  Group Sheet  |  Family Chart

    Family Anna Maria Agnes ten Brink,   d. Yes, date unknown 
    Married 1 Aug 1821  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Last Modified 2 Mar 2007 
    Family ID F207887  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsMarried - 1 Aug 1821 - Amsterdam, NH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsDied - 22 Jan 1848 - Amsterdam, NH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Photos
    510389.jpg
    510389.jpg

  • Notes 
    • Winkel van Sinkel
      Winkel van Sinkel is een winkel en gebouw. Hoewel de winkel begon als een stoffenzaak in Amsterdam en na uitbreiding de eerste warenhuis ontstond zou het latere winkelgebouw in Utrecht de naam echt vestigen. De winkel was namelijk nog een stuk uitgebreider en breder in assortiment dan de oorspronkelijke winkel in Amsterdam. Het warenhuis, waar van alles te koop was, Winkel van Sinkel is dan ook een pars pro toto geworden voor een winkel waar alles te koop is.
      Amsterdam
      In 1821 begon Anton Sinkel , die in 1785 geboren werd in het Duitse Cloppenburg , een stoffenzaak op de Nieuwendijk 174 in Amsterdam. Daarna breidde hij zijn zaak uit met het pand ernaast op nummer 176.
      Utrecht
      In 1836 kocht Sinkel het St. Barbara en St. Laurens Gasthuis aan de Oudegracht bij de Bezembrug te Utrecht . Hij was van plan na het slopen van dit pand en aangrenzende panden, hier een groot warenhuis te laten bouwen. Toen de bouw op zich liet wachten, klaagde men over het gat op de Oudegracht. De gemeenteraad maande Sinkel tot spoed of anders het terrein zowel aan de grachtzijde als aan de Neude met een muur af te zetten.
      Ontwerper van het nieuwe pand was de Rotterdamse stadsarchitect Pieter Adams (1778-1846). Ten behoeve van het gebouw van de Winkel van Sinkel in Utrecht had Sinkel vermoedelijk in Engeland het idee opgedaan om de voorgevel te sieren met zuilen in de vorm van kariatiden (vrouwenbeelden). Deze vier zware, gietijzeren beelden waren in Engeland gegoten en werden spottend de Britsche hoeren genoemd. Toen de bouw eindelijk begon, trok deze voorgevel daarom sterk de aandacht. Bij de aanvoer van de beelden, die per schuit gebeurde, ging overigens iets mis. Tijdens het ophijsen van een der beelden op 9 september 1837 brak het bovenste gedeelte van de stadkraan aan de werf af en viel met beeld en al in het water. De stadskraan was hierdoor zo beschadigd dat besloten werd hem af te breken. Tot op de dag van vandaag is op de werf voor de Winkel van Sinkel nog aangegeven waar deze kraan heeft gestaan. Van deze gebeurtenis is toen zoals gebruikelijk in die tijd een spotvers gemaakt om het verhaal door te kunnen vertellen:
      Had reeds het Instrument
      Van ouds genaamd de kraan
      Ten dienste dezer stad
      Twee eeuwen lang bestaan
      Maar moest, schoon sterk genoeg
      Om half Schiedam te ligten
      Voor een gegoten beeld
      In deze dagen zwichten
      O, kinderen van de kraan
      Wat werk hebt gij begonnen
      Zie nu, een Britsche hoer
      Heeft kraantje overwonnen
      Hoe het beeld uiteindelijk weer uit het water is gekomen vertelt het verhaal helaas niet. Feit is dat in mei 1839 de Winkel van Sinkel werd geopend. Het wordt ook wel gezien als het eerste warenhuis van Nederland en er was dan ook van alles te koop. Sinkel heeft als reclame-uiting toen het welbekende versje bedacht:
      In de Winkel van Sinkel
      Is alles te koop.
      Daar kan men krijgen:
      Mandjes met vijgen,
      Doosjes pommade,
      Flesjes orgeade,
      Hoeden en petten
      En damescorsetten
      Drop om te snoepen
      En pillen om te poepen
      Na het overlijden van Sinkel in 1848 nam een medewerker, Anton Povel, de zaak over. De firma Sinkel hield in 1912 op te bestaan, nadat het pand in 1897 was opgekocht door Vlaer en Kol . Deze laatste firma ging in 1977 op in de Amrobank . Tegenwoordig staat het pand bekend als "Cultureel Culinair Warenhuis". Naast een functie als grand café/restaurant kan er in de weekenden gedanst worden tijdens de clubavonden en is er elke tweede zondag van de maand een salsamatinee. Ook vinden er regelmatig culturele activiteiten plaats, bijvoorbeeld tijdens de Culturele Zondagen .
      Op diverse plaatsen in Nederland kan men de benaming Winkel van Sinkel nog tegenkomen. In Hoogkarspel bijvoorbeeld is het de naam van een tweedehandswinkel.

      Vijf jaar vóór zijn dood, op 15 mei 1843, had Anton Sinkel zijn testament opgemaakt . Uit zijn huwelijk met Anna Maria Agnes ten Brink, dat op 1 augustus 1821 te Amsterdam gesloten was, waren geen kinderen geboren. Het was dus niet alleen van belang dat Sinkel bepaalde hoe zijn kapitaal verdeeld moest worden, maar ook dat hij vastlegde wat er met het bedrijf moest gebeuren.
      Vroeger had hij samengewerkt met zijn broers Hermann en Joseph, die de winkel in Leeuwarden hadden geleid. Joseph Sinkel was echter in 1832 verdronken, nadat hij op weg naar Amsterdam van het beurtschip gevallen was (zeer tragisch: hij was net twee maanden getrouwd en zijn zoon werd ruim acht maanden later geboren).
      De andere broer, Hermann, had zich in 1843 vermoedelijk al uit het bedrijf teruggetrokken.
      Van zijn familieleden vond Anton Sinkel nu zijn neef Bernard (voluit: Anton Bernard Casper), een zoon van zijn overleden broer Bernard, het meest geschikt om de zaken voort te zetten.
      Hij gaf er echter de voorkeur aan, dat Bernard Sinkel een vennootschap zou sluiten met Joseph Ludwig Veerkamp en Anton Bernard Povel, twee handelaren in dezelfde branche, die eveneens uit Duitsland afkomstig waren. Zij kregen, te zamen met Bernard Sinkel, het recht alle onroerende en roerende goederen die Anton Sinkel zou nalaten, van de erfgenamen over te nemen. Alleen als Veerkamp en/of Povel niets voor dit idee bleken te voelen, mocht Bernard Sinkel het bedrijf in zijn eentje runnen. Welnu, de heren verklaarden zich in 1848 bereid het plan van Sinkel uit te voeren. Zij moesten nog wel geruime tijd geduld oefenen, want in het testament was tevens bepaald, dat de boedel en de handelszaken nog minstens vijf jaar na de dood van Anton Sinkel onverdeeld en op dezelfde wijze moesten blijven bestaan. Op 22 januari 1856 vond de transactie dan toch plaats. Bernard Sinkel, Joseph Veerkamp en Anton Povel namen alle gebouwen, zowel in Amsterdam als in Leeuwarden, Rotterdam, Leiden en Utrecht, van de erfgenamen over en sloten een vennootschap onder de naam "firma A.Sinkel".
      Twee firmanten overleden vrij kort na elkaar: Joseph Veerkamp op 20 januari 1863 en Bernard Sinkel op 7 juni 1864. Povel bleef dus alleen over en in 1870 werd besloten de vennootschap officieel te liquideren. De kinderen van Bernard Sinkel (Bernard Herman Anton en Maria Rosalia) en de erfgenamen van Joseph Veerkamp werden uitgekocht, respectievelijk voor ƒ 220.837,48 en ƒ 103.164,13. Anton Povel kreeg eveneens een geldbedrag én alle gebouwen met inboedels; gezamenlijke waarde: ƒ 602.245,20! Uit deze bedragen en uit de opsomming van alle onroerende goederen (alleen al in Amsterdam 19 percelen) blijkt wel, hoe vermogend de firma was. In 1873 kwam er nog meer Sinkel-kapitaal in de familie Povel: een zoon van Anton Povel trad in het huwelijk met Maria Rosalia Sinkel, de dochter van Bernard Sinkel. Na het overlijden van Anton Povel op 4 april 1875 werd de firma voortgezet door drie van diens zoons. Hoewel de zaken van Anton Sinkel sinds 1870 volledig in handen waren van de familie Povel, bleef de naam "Sinkel" gehandhaafd, omdat deze nu eenmaal ingeburgerd was. De gebroeders Povel gingen zelfs zover, dat zij brieven van de firma ondertekenden met "A.Sinkel"
      De in 1848 overleden Anton Sinkel heeft zichzelf en zijn echtgenote door een onbekend gebleven schilder laten portretteren. Toen beide portretten in 1958 bij nazaten boven water kwamen, werd besloten ze te schenken aan de Utrechtse bank Vlaer en Kol, die inmiddels in het vroegere winkelpand van Sinkel aan de Oudegracht gevestigd was. Men vond het een aardig idee, dat het echtpaar "op historische grond" zou terugkeren. Inderdaad een aardig idee, maar het was misschien beter geweest de portretten te schenken aan een Amsterdams museum. In Amsterdam werd het bedrijf immers opgericht en Sinkel zal zich daar meer thuis gevoeld hebben dan in Utrecht: voor zover bekend heeft hij nooit in de Domstad gewoond en liet hij het beheer van zijn Utrechtse filiaal steeds aan anderen over.
      Omdat de bevolkingsregisters van Utrecht in de vorige eeuw niet altijd volledig werden bijgehouden, is niet exact na te gaan, wie hier achtereenvolgens het beheer van de winkel van Sinkel voerden. In 1840 staat wel de reeds genoemde Joseph Veerkamp op het adres van de winkel ingeschreven; deze was dus al voordat Sinkel zijn testament opmaakte, bij de zaak betrokken. Later was ene Antonie Coenraad Kuipers chef van de firma; deze bleek bij de volkstelling van 1869 verdwenen te zijn. Zijn opvolger was Joseph Wilhelm Anton Bernard Stuckenborg, zoon van Carl Henrich Arnold Stuckenborg en... Anna Elisabeth Antonette Gertrud Sinkel, een zuster van Anton Sinkel. Na het overlijden van deze Stuckenborg in 1875 nam de familie Povel het roer in Utrecht volledig in handen. Van 1870-1874 hadden respectievelijk Christiaan en Augustinus Povel al tijdelijk boven de winkel gewoond. Op 15 juni 1875 werd het bovenhuis betrokken door een andere broer, Hyacinthe Povel, die de zaak nog meer dan 20 jaar zou leiden. Op 25 mei 1898 verhuisde hij naar Elst, omdat zijn taak in de Utrechtse winkel van Sinkel ten einde was.
      Met ingang van 1 juli 1898 werd het grote winkelpand aan de Oudegracht door de familie Povel verkocht aan de bankiersfirma V1aer en Kol. Naar de reden van deze transactie kan slechts worden gegist. Wellicht werd de concurrentie van de andere grootwinkelbedrijven die inmiddels op het toneel verschenen waren, te groot. De tapijtwinkel bleef nog wel bestaan en werd op 28 november 1898 na een ingrijpende verbouwing door de firma Sinkel heropend. Ook het verkochte pand werd grondig verbouwd, waarbij de karakteristieke onderdelen gelukkig zoveel mogelijk gespaard werden. Op 10 december 1900 werd het gebouw betrokken door de bank Vlaer en Kol. . De firma Sinkel is niet lang meer in Utrecht gebleven. In december 1900 verscheen in de kranten het volgende bericht:
      A.Sinkel, Hoofdkantoor Amsterdam, geeft kennis, dat zijne Tapijt- en Meubelzaak op de Oudegracht te Utrecht op 1 Januari a.s. wordt opgeheven en op dien datum door de Heeren A.L. Hoogenstraaten (tegenwoordig Chef) en P. Voorn voor hun eigen rekening en op hun eigen naam zal worden voortgezet.
      De firma Hoogenstraaten en Voorn opende haar winkel medio januari 1901. In 1909 werd het pand omgebouwd tot een bioscoop, genaamd "Flora", sinds 1950 "Camera". De bank Vlaer & Kol, gevestigd in de voormalige manufactuurzaak van Sinkel (Oudegracht 158), is in 1977 opgegaan in de Amro Bank. Ook elders in Nederland verdwenen de winkels van Sinkel. Op 15 oktober 1912 werd de firma geliquideerd. Toevallig is ook een deel van het Amsterdamse bedrijf een bioscoop geworden: in de panden Damrak 63 en Nieuwendijk 175-177 werd de - inmiddels opgeheven - bioscoop "Cineac" gevestigd. In de oudste Winkel van.Sinkel, op het adres Nieuwendijk 174-176, is nu de HEMA ondergebracht. Met enige fantasie kan men er het interieur van de "groote katoenwinkel" nog in herkennen. Zo kwam er een einde aan het tijdperk Sinkel. De winkels waren een begrip in de negentiende eeuw en speelden een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de grootwinkelbedrijven. Maar als de naam Sinkel niet zo mooi had gerijmd op "winkel", was er nu misschien niemand meer geweest die er ooit van had gehoord.

  • Sources 
    1. [S5568] De familie Sinkel, D.van Baalen, (oorspronkelijk geplaatst in de N.R.C. van 15 februari 1963 en in 1965 opgenomen in Gens Nostra, Maandblad der Nederlandse Genealogische Vereniging, jrg. XX, pag. 55-56.).


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources