Jacob Cornelis van Marken

Jacob Cornelis van Marken

Male 1845 - 1906  (60 years)    Has 24 ancestors but no descendants in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Jacob Cornelis van Marken 
    Relationshipwith Adam
    Born 30 Jul 1845  Dordrecht, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 8 Jan 1906  Hof van Delft, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Person ID I505470  Geneagraphie
    Last Modified 21 Feb 2007 

    Father Ds. Jacob Cornelis van Marken,   b. 4 Nov 1809, Hoorn Find all individuals with events at this location,   d. 10 Apr 1886, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location  (Age 76 years) 
    Mother Petronella Alida van Voorthuijsen,   b. 18 Jan 1812, Vreeland Find all individuals with events at this location,   d. Yes, date unknown 
    Married 11 Dec 1834  Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location 
    Siblings 5 siblings 
    Family ID F186689  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 1 Agneta Wilhelmina Johanna Matthes,   b. 4 Oct 1847, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 5 Oct 1909, Delft, ZH, NL Find all individuals with events at this location  (Age 62 years) 
    Married 7 Oct 1869 
    Last Modified 27 Dec 2006 
    Family ID F205785  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 2 Maria Eringaard,   d. 1889 
    Married
    • vijf kinderen (van wie er twee spoedig overleden)
    Last Modified 27 Dec 2006 
    Family ID F205786  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 30 Jul 1845 - Dordrecht, ZH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsDied - 8 Jan 1906 - Hof van Delft, ZH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Photos
    505470.jpg
    505470.jpg

  • Notes 
    • Stichter van de N.V. Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek te Delft

      Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek was in eerste instantie een Delfts bedrijf voor de productie van gist en startte in 1869 onder de naam Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek NV onder leiding van Jacques van Marken en zijn vrouw Agneta Matthes. Naar haar wordt het Agnetapark genoemd.
      Een bijproduct van de gist is na de destillatie van de spiritus , een spoeling die geschikt is als veevoeder. Spiritus is te gebruiken als bestanddeel van reukwatertjes.
      In 1885 geeft F. Waller mede leiding aan de fabriek.
      In 1906 sterft Jacques van Marken, een jaar daarna wordt een nieuw hoofdkantoor geopend.
      In de periode 1920 tot 1930 werden 27 nieuwe fabrieken in Delft opgetrokken. Waller treedt af in 1925 en wordt opgevolgd door ir. W.H. van Leeuwen.
      De Gistfabriek ontwikkelt zich en brengt na de oorlog een penicilline op de markt. Dit blijkt een kaskraker.
      Ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan (in 1950) mag de Gistfabriek het predicaat Koninklijk voeren.
      In 1965 wint het bedrijf de Henri Sijthoff-prijs .
      In 1968 vindt er een fusie plaats met de Koninklijke Pharmaceutische Fabrieken v/h Brocades, Stheeman & Pharmacia NV. Dit van oorsprong Meppelse bedrijf maakt vanaf 1968 definitief deel uit van het in Delft zetelende bedrijf. De Koninklijke Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek heet voortaan Gist-brocades NV. Het wordt meer een algemeen Nederlands opererend bedrijf, en niet meer zozeer een Delftse onderneming.
      In augustus 1998 fuseert Gist-brocades met Koninklijke DSM NV .

      eerste werkgever in Nederlands stelde hij een ondernemingsraad ('Kern') in.
      Met steun van zijn vader en het bankiershuis Mees & Zoonen richtte hij in 1869 de N.V. Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek op (het latere Gist-Brocades, inmiddels overgegaan in DSM ). Als directeur van deze Delftse onderneming bouwde hij voor zijn werknemers arbeiderswoningen in het Agnetapark . Ook zorgde hij in 1884 voor een ongevallenverzekering voor zijn personeel

      van acht kinderen. Vlak na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar hij het gymnasium bezocht en privĆ©-onderwijs kreeg in de exacte vakken. Tijdens zijn studietijd raakte hij geĆÆnteresseerd in sociale verhoudingen. Door toedoen van professor C.W. Opzoomer zou hij in 1871 uiteindelijk met het evangelisch geloof van zijn vader breken, zonder dat evenwel het contact met hem verloren ging. Na beĆ«indiging van zijn studie aan de Polytechnische School in Delft in 1867, was Van Marken in dienst getreden bij de Photogenische Gasfabriek in Amsterdam. Hem stond echter een eigen bedrijf voor ogen. Tijdens een studiereis naar Oostenrijk was hij geboeid geraakt door een nieuwe methode om gist te produceren. Met financiĆ«le steun van zijn vader en het bankiershuis Mees & Zoonen te Rotterdam richtte hij in 1869 in Delft de N.V. Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek op. In commercieel opzicht groeide de jonge onderneming die voor de gistproduktie geavanceerde procĆ©dĆ©s uit het buitenland overnam en verder ontwikkelde, snel. In de decennia na 1870 breidde Van Marken zijn imperium uit met de oprichting van de Nederlandsche Oliefabriek in 1883 en enkele jaren later de overname van de in moeilijkheden verkerende Lijm- en Gelatinefabriek 'Delft'.

      Met C.T. Stork en diens zoon D.W. Stork behoorde Van Marken tot de vooruitstrevende werkgevers op het terrein van voorzieningen voor het personeel. Bovendien speelde hij vanaf de jaren zeventig een prominente rol in het debat over de sociale kwestie. In 1869, het jaar van zijn huwelijk, schreef hij: 'De arbeidersquaestie is op het ogenblik, naar het mij voorkomt, het gewigtigste sociale vraagpunt'. Hij had een eigen visie op de sociale taak van werkgevers en noemde in een rede in 1891 te Parijs als inspirerend voorbeeld de Parijse schilderspatroon Edmond Jean Leclair. Van Marken vond het in navolging van deze Franse opvattingen de taak van een werkgever instellingen voor het personeel tot stand te brengen en werknemers in de winst van zijn fabriek te laten delen. De sociale kwestie ging Van Marken vooral ter harte omdat hij geloofde in de betekenis en kracht van samenwerking. Tekenend in dit verband was het devies van zijn in 1882 begonnen blad De Fabrieksbode: 'De fabriek voor allen, allen voor de fabriek'. Van Marken stond sympathiek tegenover het socialisme maar keerde zich tegen de klassenstrijd. In conflicten tussen werkgevers en werknemers koos hij regelmatig de kant van de werknemers. Soms nam hij socialisten aan, die elders ontslagen waren. Het bekendste voorbeeld van zijn partij kiezen is de werkstaking bij de textielfabrieken van de familie Scholten in Almelo in 1888. Van Marken plaatste in De Fabrieksbode een ingezonden stuk van enkele van zijn arbeiders, die opriepen de stakende textielarbeiders financieel te steunen. Deze houding wekte grote beroering in Twenthe, en niet alleen daar. Een van de stakingsleiders was de Hengelose socialist G. Bennink . Deze had, nadat hij in 1883 vanwege zijn politieke denkbeelden ontslagen was bij de Hengeloosche Katoenspinnerij, werk gevonden bij de Delftse Gistfabriek. In juli 1885 keerde hij terug naar Twente, waar hij zich als horlogemaker vestigde en een rol speelde bij het ook daar opkomende socialisme. Van Marken nam in februari 1888 contact op met Bennink en besloot naar Almelo te gaan en zich als bemiddelaar op te werpen. De stakers aanvaardden hem in deze rol maar de familie Scholten deed dat niet. Na een week keerde Van Marken onverrichterzake huiswaarts en plaatste in enkele dagbladen een oproep om de noodlijdende stakers financieel te steunen. Hij slaagde er ten slotte toch in een rol te spelen bij de oplossing van het conflict. Na bijna drie maanden staken aanvaardden beide partijen een compromisvoorstel van zijn hand. Terwijl Van Marken van christelijke en liberale zijde verweten werd zich voor het karretje van de socialisten te laten spannen en andere werkgevers hem uitmaakten voor 'de rooie Van Marken', kreeg hij in Recht voor Allen regelmatig de wind van voren. In socialistische kring golden zijn hervormingen vaak als 'lapwerk'. Franc van der Goes , die Van Marken tijdens diens leven veelvuldig aanviel, bestempelde diens levenswerk bij zijn overlijden als een 'levensleugen'. Met F.M. Wibaut had Van Marken een beter contact. Deze bezocht het echtpaar Van Marken enkele keren, waarvan eenmaal met Wilhelm Liebknecht. Wibaut kreeg verschillende keren geld van hem om stakers financieel te steunen. Bij de grote uitsluiting van diamantbewerkers in 1902 was Van Marken direct bereid de ontbrekende tienduizend gulden te verschaffen, die Wibaut dringend nodig had.

      Van Markens ideeĆ«n kregen in 1880 vorm in het Ziekenfonds en een eerste aanzet tot een pensioenvoorziening. Een ongevallenverzekering voor het eigen personeel kwam in 1884 tot stand. Een novum voor Nederland was de in 1878 opgerichte Kern (naar Leclairs 'noyau'). In dit door de directie ingestelde adviesorgaan had een drietal uit en door de werklieden gekozen vertegenwoordigers zitting naast een aantal (hoofd)beambten en meesterknechten. In de jaren tachtig werd het aantal werklieden in de Kern uitgebreid. De werknemers wisten aanvankelijk niet wat zij met deze vorm van medezeggenschap aan moesten of voelden zich te belemmerd om zich te uiten. Van Marken zette echter door met het personeelsoverleg. Met de aanleg en bouw van het 'Agnetapark' in Delft zou Van Markens naam voorgoed verbonden blijven. Hij achtte 'goed wonen' voor zijn personeel van grote betekenis en verdiepte zich persoonlijk in buitenlandse voorbeelden van fabriekswoningbouw. Omstreeks 1880 besloot hij tot de bouw van woningen volgens het zogenoemde cottage-systeem. Dit type woningen was in 1853 in Mulhouse in de Elzas voor de 'citĆ© ouvriĆØre' gebruikt. In 1882 kocht hij een terrein achter de Gistfabriek voor zijn fabrieksdorp en gaf de tuinarchitect L.P. Zocher opdracht dit park met woningen te ontwerpen. In juli 1884 betrok het eerste gezin een woning in het naar Van Markens echtgenote vernoemde Agnetapark, waar voorlopig in totaal 78 woningen kwamen. De huurders kregen de door hen bewoonde huizen niet in persoonlijk eigendom maar werden aandeelhouder van de N.V. Gemeenschappelijk Eigendom. Van Marken en zijn echtgenote gingen zelf ook in het park wonen in de villa Rust Roest. Toen Van Marken Wibaut bij diens eerste bezoek vertelde de architect de opdracht gegeven te hebben: 'bouw nu voor mij ook een woning, wat groter, en wat anders ingericht, maar toch, zo na mogelijk in dezelfde geest', liet Wibaut, die kennelijk onder de indruk van de villa was, zich ontvallen: 'Dan moet ge toch wel verwonderd hebben gestaan toen de voor U bestemde woning gereed was, en gij die voor het eerst hebt gezien'. Veel personeelsleden voelden er weinig voor in het Park te wonen. Zij vonden de huren te hoog, de afstanden naar scholen en winkels te lang of ervaarden de nabijheid van de directeur als controle. Ondanks teleurstellingen en tijdelijke leegstand verwierf het Agnetapark met zijn opzet internationale bekendheid. Ook op andere terreinen nam Van Marken initiatieven die voortkwamen uit zijn zorg voor de gemeenschap en zijn pleidooi voor samenwerking tussen werkgevers en werknemers. In 1873 had hij samen met zijn zwager, het latere Tweede Kamerlid Mr. A. Kerdijk , de Delftsche Coƶperatieve Winkelvereeniging opgericht. In 1882 stichtte hij een coƶperatieve bakkerij voor zijn personeel, wat leidde tot een hevig conflict met de Delftse bakkers die veel klanten zagen verdwijnen. In 1885 was Van Marken gedwongen de bakkerij te sluiten, nadat de bakkers gedreigd hadden geen gist meer van zijn fabriek te betrekken. In 1892 stichtte Van Marken een eigen drukkerij overeenkomstig de maatschapsvorm waarbij directie en personeel eigenaar werden. De aanzet tot oprichting van Van Markens Drukkerij Vennootschap kwam van de eerste directiesecretaris voor sociale aangelegenheden, R.C. Hamer. Deze journalist was in 1889 door Van Marken naar Delft gehaald, nadat hij kennis had genomen van enkele bewogen artikelen van diens hand in de Heerenveensche Courant over de staking in Almelo in 1888. De coƶperatie-gedachte bleef Van Marken tot zijn levenseinde trouw. Hoogtepunt was voor hem het Derde Internationaal Coƶperatief Congres, dat in 1897 in 'zijn' Agnetapark werd gehouden.

      Van Marken was en bleef - ondanks zijn hulp aan stakers en zijn initiatieven om vanuit het ideaal van samenwerking voorzieningen in het belang van het personeel te creƫren - in de eerste plaats werkgever. Tegen het eerste ontwerp-Ongevallenwet verzette hij zich fel, evenals D.W. Stork - maar met andere argumentatie. Van Marken keerde zich vooral tegen het aan de Rijks-verzekeringsbank toebedachte monopolie. In zijn gedachtengang dienden de bedrijven zelf de risico's van de voorkomende ongevallen te dragen. Vanuit de sterk paternalistische inslag die het denken van Van Marken kenmerkte, was het voor hem noodzaak dat ook bij de afwikkeling van ongevallen de band tussen directie en personeel direct en hecht zou zijn. Een tweede ontwerp-Ongevallenwet dat in 1901 wet werd, kreeg wel zijn steun. Het rusteloze werken en het steeds weer starten van nieuwe projecten gingen ten koste van zijn gezondheid. Om zijn zenuwpijnen te onderdrukken, gebruikte hij aan het eind van zijn leven regelmatig morfine. In 1905 legde Van Marken, daartoe gedwongen door zijn afnemende krachten, zijn functies neer en overleed kort nadien. Met Maria Eringaard had Van Marken een langdurige verhouding, waaruit vijf kinderen (van wie er twee spoedig overleden) geboren werden. Na haar overlijden in 1889 namen Van Marken en zijn echtgenote de kinderen in hun huis op.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources