Vice-Admiraal Johan Evertsen

Vice-Admiraal Johan Evertsen

Male 1600 - 1666  (66 years)    Has 2 ancestors and one descendant in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    All

  • Name Johan Evertsen 
    Prefix Vice-Admiraal 
    Born 1 Feb 1600 
    Gender Male 
    Died 5 Aug 1666 
    Buried 9 Sep 1666 
    Person ID I503363  Geneagraphie
    Last Modified 19 Dec 2006 

    Father Johan Evertsen, 'de Kapitein',   d. 1617 
    Siblings 4 siblings 
    Family ID F204975  Group Sheet  |  Family Chart

    Children 
     1. Vice-Admiraal Cornelis Evertsen, 'de Jonge',   b. 16 Apr 1628, Vlissingen Find all individuals with events at this location,   d. 20 Sep 1679, Vlissingen Find all individuals with events at this location  (Age 51 years)
    Last Modified 16 Dec 2006 
    Family ID F204977  Group Sheet  |  Family Chart

  • Photos
    503363.jpg
    503363.jpg

  • Notes 
    • Johan Evertsen commandeerde al in 1618, dus op 18-jarige leeftijd, zijn eerste oorlogsschip. In 1625 vocht hij onder luitenant-admiraal Willem de Zoete voor La Rochelle twee zeeslagen tegen de Franse Hugenoten. In 1626 en 1627 was hij de ondercommandant onder vice-admiraal Reaal in een expeditie naar de westkust van Afrika. Op 28-jarige leeftijd werd hij bevorderd tot Schout-bij-Nacht en ging hij een eigen eskader commanderen. Zijn eerste opdracht was het veilig binnen brengen van de door Piet Heyn veroverde zilvervloot. Met slechts vier schepen tegen een overmacht aan Duinkerker kapers lukte hem dat. In 1631 sloeg hij met een Zeeuws eskader onder vice-admiraal Hollare een Spaanse vloot af, die trachtte het eiland Goeree te bezetten. Na een aantal successen tegen de Duinkerker kapers werd hij in 1637 benoemd tot vice-admiraal. In de gecombineerde Hollandse vloot stond hij onder het bevel van admiraal Maarten Tromp. Onder Tromp onderscheidde Johan Evertsen zich, onder meer door het tot zinken brengen van het Portugese admiraalschip "Santa Tereza" in de slag bij Duins. In de slag bij Ter Heijde in 1653 sneuvelde Tromp. Johan Evertsen was op grond van rang en anciënniteit de aangewezen man op hem op te volgen, maar de Hollandse admiraliteit weigerde om een Zeeuw in de functie van admiraal te benoemen. De animositeit tussen de Hollandse en Zeeuwse admiraliteit heeft Johan Evertsen heel zijn leven dwars gezeten en hem er van weerhouden door te dringen tot de hoogste post in de Nederlandse vloot.

      Onder de opvolger van Tromp, Kortenaer streed Johan Evertsen verder. Toen Kortenaer in 1665 bij de zeeslag van Lowestoft om het leven kwam, nam hij het oppercommando over, maar eer viel er niet meer te behalen. Johan Evertsen moest zich voor de nederlaag verantwoorden voor de krijgsraad, maar werd vrijgesproken. Hij kreeg eervol leeftijdsontslag, maar bemoeide zich daarna wel met de uitrusting van de Zeeuwse vloot. Deze vloot weerde zich goed in de Vierdaagse Zeeslag in juni 1666. Cornelis, zijn broer, sneuvelde echter in deze slag. Hij was op dat moment commandant van het Zeeuwse eskader. Door zijn dood kwam deze functie weer vacant. Johan mocht het daarna nog eens proberen als luitenant-admiraal en werd in 1666 herbenoemd tot bevelhebber van de Zeeuwse vloot, in plaats dus van zijn broer. Als zodanig werd hij onder het opperbevel van De Ruyter gesteld. Hoewel De Ruyter ook afkomstig was uit Zeeland, was hij als vice-admiraal van de admiraliteit van Amsterdam toch een aanvaardbare persoon voor de Hollandse admiraliteit.

      Johan mocht zich in augustus van datzelfde jaar bewijzen. Met het nieuwe schip de "Walcheren" commandeerde hij de voorhoede in de Tweedaagse Zeeslag. De Nederlandse vloot bleek echter niet opgewassen tegen de Engelsen en Evertsen raakte op de eerste dag van de zeeslag gewond. Zijn been werd afgeschoten en hij overleed de volgende dag, 5 augustus, aan zijn verwondingen.

      De begrafenissen van de broers
      Na het overlijden van Cornelis werd besloten dat hij met een eervolle begrafenis ter aarde zou worden besteld in een op te richten tombe in Middelburg. De tombe diende met het nodige beeldhouwwerk versierd te worden. Tevens kwam er een grafschrift op de tombe waarin de functie en de loopbaan van de overledene werd vermeld. Dit alles paste geheel in de traditie van die tijd, waarin personen met grote verdiensten nationale erkenning kregen. Een statiebegrafenis en een praalgraf voor zeehelden hoorden daarbij. Cornelis werd op 5 juli 1666 ter aarde besteld in de Oude of St. Pieterskerk te Middelburg. In de begrafenisstoet waren alle hoge ambtenaren en bestuurders van Zeeland en ook die van de Staten Generaal vertegenwoordigd.
      De Staten van Zeeland ondernamen al in juli de eerste stappen om te komen tot de oprichting van een tombe. Er werden onder andere contacten gelegd met Rombout Verhulst (1624-1698) en hem werd gevraagd een ontwerp te leveren met een kostenraming. Hoe de eerste ontwerpen eruit hebben gezien is niet bekend en tot uitvoering is het niet gekomen want Johan Evertsen overleed in augustus van datzelfde jaar. Net als Cornelis kreeg Johan een uitgebreide staatsbegrafenis en hij werd bijgezet naast zijn broer. De Staten besloten toen ook dat zij beiden als voorbeeld voor het nageslacht en ter nagedachtenis aan hun verdiensten in marmer uitgehouwen zouden worden. Op 9 september 1666 vond de begrafenis plaats.
      Het praalgraf
      Door het overlijden van Johan werden de eerste ontwerpen voor het praalgraf onbruikbaar. Er kwam echter niet snel een nieuw ontwerp, wat waarschijnlijk te maken had met de politieke situatie rond Suriname en de Derde Engelse Oorlog (1672-1674). De Staten waren door deze twee gebeurtenissen in financiële moeilijkheden gekomen. In 1679 drongen de zoons van Johan en Cornelis bij de Staten van Zeeland aan op de uitvoering van het praalgraaf. Daarop kwamen de Staten en de familie Evertsen tot een overeenkomst waarbij de familie ƒ 6.000,- leende aan de Staten tegen een rente van 4%. De Staten zouden op hun beurt de tombe oprichten. Begin 1680 sloten de Staten en Rombout Verhulst een overeenkomst voor de vervaardiging van het praalgraf. De familie zou de verschuldigde ƒ 6.000,- in drie termijnen voldoen aan Verhulst, terwijl de Staten vier jaar na de eerste betaling het geleende geld met rente terug zouden betalen. Alles leek hiermee prima geregeld en de tombe was in 1681 al zover klaar dat het grafschrift aangebracht kon worden. Over de inhoud van de tekst ontstond echter tussen de familie en de Staten een meningsverschil. Vooral Cornelis (Keesje de Duivel) wilde het grafschrift dat de Staten hadden gekozen veranderen. Er zou niet voldoende lof voor de Evertsen in tot uitdrukking komen omdat alleen Tromp en de Ruyter als grote zeehelden werden genoemd. Het conflict sleepte zich voort, maar in april 1683 was de tombe gereed, echter zonder grafschrift. Tot een compromis kwam het niet en de Evertsen ontvingen hun geleende geld niet terug. Op hun beurt had de familie Evertsen een termijnbetaling aan Verhulst overgeslagen. In 1719 werd het conflict door de Staten aan een commissie toegewezen om te laten uitzoeken, maar sindsdien is er niets meer over te vinden in de notulen van de Staten. De vraag van wie het praalgraf nu is, blijft dan ook onbeantwoord.

      Dat Verhulst werd gevraagd voor het praalgraf mag geen verwondering wekken. Al ver voor 1666 was Verhulst een bekende steenhouwer die uit het hele land opdrachten ontving voor portretbustes en grafmonumenten. Na 1650 bepaalde Verhulst de grafsculptuur in de Republiek en hij bediende adel en overheid met zijn fraaie werk. Bijna de helft van de 15 praalgraven die in de zeventiende eeuw werden opgericht is van zijn hand, waaronder die van Maarten Tromp, Michiel de Ruyter en Jan van Galen.
      Het praalgraf van de gebroeders Evertsen is grotendeels door leerlingen uit het atelier van Verhulst gemaakt. Voor de gebeeldhouwde elementen, waaronder de beeltenissen van de broers is het witte beeldenmarmer uit Carrara toegepast, terwijl voor de plinten, dekplaten en tekstplaten het zwarte marmer van Mazy gebruikt. De tombes waarop de beeltenissen van de broers liggen is gemaakt van het rode geaderde marmer uit de groeve van Philippeville in België.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources