Mr. Johan Kievit

Mr. Johan Kievit

Male 1627 - 1692  (65 years)    Has 21 ancestors and more than 100 descendants in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    All

  • Name Johan Kievit 
    Prefix Mr. 
    Born 1627 
    Gender Male 
    Died 1692 
    Person ID I494236  Geneagraphie
    Last Modified 11 May 2009 

    Father Nicolaes Cornelisz Kievit,   d. Yes, date unknown 
    Mother Diewertge Jansdr. Pauw,   b. 1634,   d. Yes, date unknown 
    Siblings 1 sibling 
    Family ID F199302  Group Sheet  |  Family Chart

    Family Alida Tromp,   b. 1637,   d. 1701  (Age 64 years) 
    Children 
     1. Alida Maria Kievit,   c. 9 Apr 1662, Rotterdam, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. Yes, date unknown
     2. Debora Kievit,   b. 14 Nov 1655, Rotterdam, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. Yes, date unknown
    Last Modified 23 Nov 2004 
    Family ID F198945  Group Sheet  |  Family Chart

  • Photos
    Mr. Johan Kievit
    Mr. Johan Kievit

  • Notes 
    • Johan Kievit moest vluchten omdat hij in het geheim via een tussenpersoon (Henry de Fleury de Culan, heer van St. Cyr Buat, een cavallerie officier in Staatse dienst, gehuwd met een kleindochter van Jacob Cats) had onderhandeld met de Engelsen over de restauratie van de Oranjes. Kievit werd bij verstek ter dood veroordeeld. Kievit was een zwager van Cornelis Tromp, de held van Kijkduin e.a.
      In 1672 schrijft Kievit een brief aan de Rotterdamse vroedschap met het dringende verzoek Willem III te steunen en hem weer toegang tot de vroedschap te verlenen. Hij stuurt deze brief op het goede moment, Oranjegezinde ervaren vroedschapleden zijn immers zeldzaan en dus wordt Kievit met een eresalvo aan de Hoofdpoort van Rotterdam ontvangen. Hij krijgt prompt het bericht dat Willem III zijn doodvonnis heeft vernietigd, mits de Rotterdamse vroedschap hier mee instemt. En de overgebleven vroedschap leden kunnen niet anders dan instemmen, want Kievit wordt nog steeds op handen gedragen door de schutterij.
      Na de inval van de Fransen worden Rotterdamse schutters gelegerd in Schoonhoven en Goejanverwellesluis. De
      krijgstucht laat echter te wensen over, omdat de steun vanuit de vroedschap (nog) ontbreekt. In de vroedschap
      wordt nog steeds beraadslaagd of het zin heeft een dijk bij Moordrecht te versterken om aan Lodewijk te tonen
      dat het Rotterdam ernst is om zich te verdedigen, of toch maar niet, want het kost geld en binnenkort staat
      Lodewijk toch op de stoep en zal hij ontstemd zijn over die aangebrachte verdediging bij Moordrecht, een
      dilemma....

      Men gaat eens polsen hoe men erover denkt in Gouda, onderweg komt de delegatie echter muitende
      Rotterdamse schutters tegen, die kort tevoren in de stad rellen hebben veroorzaakt omdat de stad niet verdedigd
      zou worden en er nu zelf de brui aangeven. Met getrokken sabels drijft de delegatie de schutters terug onder het
      roepen van bloode uylen.

      Op 17 juni wordt de situatie verwarrend. Twee afgevaardigden van de vroedschap hebben de opdracht om geld
      te brengen naar de Rotterdamse schutters in o.m. Schoonhoven. Bij het verlaten van de stad via de Oude
      Hoofdpoort worden zij door de wacht tegengehouden. Slechts door de toevallige aanwezigheid van een
      compagnie cavalerie lukt het de 2 mannen om te vertrekken, wie was nu waar op tegen....
      De belangrijkste tegenstanders van het geldtransport worden opgesloten, maar een paar dagen later weer
      vrijgelaten, wat een verwarring.....

      De vroedschap is bijna kontinu in vergadering bijeen op het stadhuis, onder toezien van de bewapende (vijandige)
      schutterij, terwijl buiten een opgewonden menigte is te horen. En dus is het goed voor te stellen dat een aantal De
      Witt gezinde regenten de stad uitvluchten. Het overblijvende gedeelte van de vroedschap besluit weliswaar toe te
      zeggen om de stad te verdedigen, maar blijft zich verzetten tegen de opheffing van het Eeuwig Edict en dit wordt
      niet door de schutterij geaccepteerd. Een woedende menigte dreigt het stadhuis te bestormen om de vroedschap
      te dwingen het edict af te zweren. Een van de vroedschapsleden, Adriaan Hartman, een orangist nota bene, wordt
      zoo bang dat hij in het bed kruipt van de meid van de cipier, in de kelder van het stadhuis.

      Ook hier, weten we nu, is sprake van een georganiseerde aktie, een voor een moeten en zullen de
      vroedschapsleden de eed afleggen ten gunste van Willem III. Ook zij die bekend staan als orangist worden
      bedreigd en moeten onder bescherming van gewapende schutters naar huis gebracht worden. Al snel wordt
      bekend dat 's avonds Pieter de Groot uit Den Haag naar huis zal komen, men wacht hem op bij de Delftsche
      Poort. Een zekere brouwer Jan Selkart weet de gemoederen te bedaren en onder begeleiding van een schutterij
      compagnie wordt Pieter naar huis gebracht. Op de Meent begint men echter te roepen Slaa dood den hond.
      De volgende dag beklaagt Pieter zich in de vroedschap hierover....en verklaart er genoeg van te hebben om zoo
      de stad en het land te moeten dienen. Hij laat zich overhalen voor nog 1 missie....

      De volgende dag (28 juni), terwijl Pieter weer afgereisd is naar Den Haag, worden in Schiedam vroedschapleden
      op straat gemolesteerd. Dit veroorzaakt grote opwinding in Rotterdam, men begint met een grote Prinsenvlag te
      hijsen op de Schiedamsche Poort, de bevelvoerende officier is de grip kwijt op zijn mannen. In de stad wordt
      iedereen gevraagd Staats of Prins ? En natuurlijk roept dan iedereen Prins, vivat Oranje !!

      Een grote menigte verzamelt zich op de Groote Markt en daar wordt Leonard van Naerssen aangewezen om de
      vroedschap te dwingen voor de Prins te kiezen, hij komt terug met de boodschap dat de vroedschap er
      vanmiddag over zal vergaderen. Dit wordt natuurlijk niet geaccepteerd, de vroedschap moet nu bijeen komen en
      nu een besluit nemen. In de verwarring, want we vatten natuurlijk heel wat samen, komt de vroedschap pas 's
      avonds om 21:00u bijeen, enkele vroedschapsleden willen er 's middags echter van door gaan en worden bij de
      stadspoorten herkend en naar het stadhuis opgebracht en daar onder bewaking gesteld. Burgemeester Pessers
      wordt echter ook verhinderd de vergadering bij te wonen en wordt ook de nacht erna in gijzeling gehouden, bang
      dat hij weer zou vluchten. Hem wordt zelfs een glas bier geweigerd.... Uiteraard kiest de vroedschap die avond
      voor de Prins.

      Een delegatie gaat de volgende dag naar Bodegraven om het Willem III persoonlijk te vertellen, uiteraard bedankt
      de Prins de delegatie voor hun komst, een meegekomen burger roep hierna zoiets als Leve de Prins !!!
      Teruggekomen in Rotterdam wordt een afvaardiging naar Den Haag gestuurd om de Rotterdamse afgevaardigden
      in de Staten te informeren over de machtswisseling in de stad. Deze boodschap vanuit Rotterdam en het bezoek
      aan de Prins brengt ook in de Staten een omwenteling te weeg, de Rotterdamse ommezwaai (over de manier
      waarop geen woord natuurlijk) doet ook de Staten besluiten het Eeuwig Edict af te zweren en de Prins te
      benoemen tot Stadhouder.

      Een aantal dagen later keert Pieter de Groot weer terug van zijn bezoek aan Lodewijk, naast de al eerder
      genoemde eisen vraagt Lodewijk ook om een jaarlijkse aanbieding van een penning als bewijs van erkentelijkheid
      voor het behoud van de onafhankelijkheid. Deze aanvullende eis wordt unaniem door de nieuwe uitgedunde
      Rotterdamse vroedschap afgewezen. De stad zal worden verdedigd, dat is de achterliggende boodschap.
      Met dit besluit neemt de onrust in de stad echter niet af, na een vergadering in de Doele wordt besloten een
      afvaardiging naar de Prins te sturen om de stad te bezoeken, een gebruikelijke aanhankelijksbetuiging.

      Bij het vertrek van de delegatie ontstaat onenigheid wie er mee mogen, in de verwarring voor het stadhuis duikt
      een verzoek op met vergaande eisen aan de vroedschap die onmiddellijk ingewilligd moeten worden. Zoo moeten
      een aantal vroedschapsleden onmiddellijk gevangen worden genomen en moeten alle onderhandelingen in de
      openbaarheid worden gedaan. Een aantal vroedschapsleden worden inderdaad gevangen gezet, de huizen van
      niet aanwezige vroedschapsleden worden aangevallen. En dan grijpt de Prins in, hij keurt de akties van de burgers
      af om de door hem al goedgekeurde vroedschapsleden nog verder te molesteren. De gevangen regenten moeten
      onmiddellijk worden vrijgelaten. Hij verzoekt tevens hem een delegatie te zenden en verzoekt tevens de heer
      Kievit weer volledig te rehabiliteren.

      Op 10 juli vertrekt een delegatie naar de Prins, die heeft echter niet meteen tijd, ja hij heeft zelfs helemaal geen tijd
      (en zin), want de delegatie moet al lopend naast het paard met daarop de Prins zijn toespraak houden, toen de
      Prins de indruk had dat de speech ten einde was, gaf hij zijn paard de sporen, terwijl hij de delegatie toeriep, dat
      hij al dikmaals had laten zeggen, dat ik niet kan komen....

      Een, ook in die tijd, zware belediging, maar Willem III had natuurlijk meer aan zijn hoofd.

      De heren reizen maar weer terug naar Rotterdam, in gezelschap van de door Willem III zeer gewaardeerde, dus
      kundige vroedschap Willem Bisschop, die niet onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij niet direkt tot het
      Oranje gezinde kamp behoord. Desondanks heeft hij, met lof van Willem III, de inudatie van de omgeving van
      Schoonhoven georganiseerd. Ze arriveren gezamenlijk in Rotterdam, waar Bisschop, samen met de anderen,
      bijna in hechtenis worden genomen, niemand weet meer precies wie is waar voor of tegen.
      Bisschop vlucht de stad uit onder begeleiding van een gewapend escorte, en gaat natuurlijk bij Willem III zijn
      beklag doen. En dan moet Willem III wel optreden, zo'n gewaardeerde vroedschap zo laten beledigen. Willem
      stuurt een boodschap naar Rotterdam dat de gemelde heer Bisschop geduurende zijn absentie generhande
      ongemakken in zijn persoon, huis of goederen werden toegebragt.
      De gemoederen komen door deze brief wat tot bedaren, weer heeft Willem III zich rechtstreeks gericht tot
      Rotterdam en dat maakt altijd indruk.....

      Een paar dagen later wordt een pamflet verspreid en op bijv. de Vischmarkt opgehangen met de volgende tekst :

      En dat in korten tijd
      Of gij zijt u stad Rotterdam kwijt
      Want gij hebt u in slaap laten wiegen
      En in korten tijd zullen zij u bedriegen
      Die gij weer hebt gezet op haar ouden stee
      Die zijn den Franschman mee



      Weer wordt gesuggereerd dat sommige vroedschapleden de stad zonder meer willen overdoen aan de Fransen.
      Opschudding ook in de stad als bekend wordt, dat een Rotterdamse schoenmaker een grote order heeft
      aangenomen voor de levering van schoenen aan Fransen in het veroverde Oudewater. De vroedschap van
      Oudewater had dit o.m. toegezegd aan de Fransen om plundering van hun stad te voorkomen. Dwars door de
      linies werd deze bestelling geplaatst in Rotterdam...... en geaccepteerd natuurlijk, schoenen zijn schoenen niet
      waar ??

      Voor de zekerheid informeert de schoenmaker toch eens op het stadhuis..... De dienstdoende burgemeester zegt
      toe de te leveren schoenen t.z.t. te zullen opslaan in de kerk, onder de hoede van de diakonie en de stad te
      vertellen dat de schoenen niet voor de vijand zijn, of de schoenen ook werkelijk in Oudewater zijn aangekomen
      ??

      En dan komt op 20 augustus 1672 het bericht van de moord op de broers de Witt. Kapiteins van de Schutterij
      komen bijeen in Herberg De Sleutels op de Groote Markt. Samen met toegestroomde burgers wordt een, we
      zouden nu zeggen, eisenpakket opgesteld : alle vroedschapsleden die niet duidelijk kiezen voor Willem III moeten
      opstappen, w.o. Pieter de Groot die echter allang naar Antwerpen is uitgeweken.

      Om een lang verhaal kort te maken, heel veel vroedschapsleden treden uiteraard terug en Johan Kievit wordt
      zelfs, op 14 september 1672, benoemd tot pensionaris, als opvolger van Pieter de Groot. Maar, voor de
      verwarring, de plaats van Pieter de Groot in de vroedschap wordt wel open gehouden, je weet maar nooit ???

      De burgerij zou tevreden kunnen zijn, maar op het beperkt aantal vrijgevallen vroedschapszetels zijn wel mensen
      terechtgekomen die niet vooraan hebben gestaan tijdens de relletjes en dus stellen een aantal ontevreden burgers,
      die eigenlijk zelf tot de vroedschap hadden willen toetreden een, wat later is genoemd, Calvinistisch
      Demokratisch Manifest op. Invloed van de burgerij op de vroedschap, dat is de kern van hun manifest,
      waarbij ook wordt vastgelegd dat alleen leden van de Gereformeerde Staatskerk zouden mogen toetreden.
      Ook worden maatregelen voorgesteld om de te ontvangen vergoeding aan een bepaald maximum bedrag te
      binden, revolutionair, want het is gebruik dat de vroedschapsleden zelf hun inkomsten kunnen regelen door o.m.
      verpanding van allerlei funkties : de meest biedende aan de vroedschap krijgt een bepaalde funktie, bijv. een
      belasting commies, hoe die commies dan weer aan zijn geld komt, is zijn probleem, zie ons Costerman verhaal.....
      Ook mogen vanuit de vroedschap geen commissarissen meer worden aangesteld in de Kerkenraad. Als letterlijk
      sluitstuk dienen gekozen vroedschapsleden ter liefde van de stad en ten dienste van dezelve zullen doen
      gieten ieder een stuk metaal geschut, schietende ten minste ieder 12 pond ijzer, daarop staande des gevers
      wapenen, voorzien met beslagen affuiten en zijn toebehoren.

      Het spreekt bijna vanzelf dat de nieuwe heren op het stadhuis deze, inderdaad revolutionaire voorstellen, naast
      zich neerleggen. Zij worden hierbij gesteund door een groot aantal, laten we maar zeggen, gematigde aanhangers
      onder de burgerij. De gematigden stellen zelfs een brief op, maar ook die brief wordt hooghartig beantwoord, de
      vroedschap is immers autonoom en hoeven zich van geen enkel advies iets aan te trekken, alleen het woord van
      de Stadhouder en de Staten telt en voor de rest zoeken zij het onderling wel uit.

      Tevergeefs richten de Calvinististen zich ook met hun Calvinistisch Demokratisch Manifest tot Willem III en
      ook die reageert niet, inmenging van burgers in het bestuur is wel het laatste wat hij zou willen, een meegaand
      bestuur dat heeft hij nodig en daarom heeft hij immers het souvereine benoemingsrecht, op die manier kunnen hij
      en zijn opvolgers zeker zijn van de onvoorwaardelijke loyaliteit van de vroedschap, want een ambt levert immers
      heel veel aanzien en .......... geld op.

      Johan Kievit blijkt zoo'n toegewijde aanhanger te zijn, die voldoet aan het hierboven geschetste profiel : aanzien
      en een meester in het aanboren van geldbronnen, niet ten bate van de stad natuurlijk......

      Nog geen jaar heeft hij het ambt van pensionaris vervuld of hij wordt benoemd tot het financieel veel
      aantrekkelijker ambt van advokaat-fiskaal (hoofd van de douane) bij de Admiraliteit (LINK)
      In 1678 wordt hij ook nog benoemd tot burgemeester, het gaat hem financieel zoo goed dat hij van de stad het in
      1672 afgebroken Slot Honingen koopt, met de omliggende landerijen, om er een Speelhuis te laten bouwen.
      En dan gaat het mis, want in 1686 komt voor Johan Kievit de catastrofe. Op het eind van het jaar 1685 zijn er
      knoeierijen ontdekt met de inkomende rechten. De commies-generaal van de convooien en licenten is op het
      spoor gekomen van een komplot tot ontduiking van de verplichte aangifte van ingevoerde koopwaren.

      De Engelse koopman Nicolas Reve heeft nl. door het verswijgen van veel considerable packen ende balen
      met seer importante koopmanschappen het Gemeenelandt wegens desselfs gherechtigheydt grootelijcks
      gepriveert en dat nog wel met collusie, kennisse ende toedoen van verscheyde commisen ter recherche

      Met tranen in de ogen over de inbeslagneming komt hij verklaren, dat hij een geruïneerd man is, hoewel hij toch
      met voorafgaande toestemming van drie commiezen gelost heeft. Maar de commies-generaal laat het er niet bij
      zitten en brengt de kwestie ter kennis van de Generaliteit, omdat het hem bekend is, dat de drie commiezen het
      laatste anderhalve jaar geen enkele "aanhaling" (inbeslagneming) hebben gedaan.

      De Staten-Generaal benoemen een commissie van onderzoek, die verschillende leden van het Admiraliteitscollege
      tot de bekentenis weet te brengen, dat in Rotterdam groote frauden wierden gepleeght, wat hun een ernstige
      berisping bezorgd: hun eerste plicht is het immers juist, om toe te sien, dat 's Landt middelen soo enormelijck
      niet mochten werden gestoolen"

      In Januari 1686 is de instructie zover gevorderd, dat er termen aanwezig worden geacht om de commiezen in Den
      Haag op de Voorpoort van het Hof gevangen te zetten. Daar er meningsverschil bestaat over de vraag, welk
      rechtscollege bevoegd is van hun zaak kennis te nemen, worden door de Staten-Generaal drie raadslieden van het
      Hof, twee van de Hogen Raad, twee van de Raad van Brabant en twee schepenen van Rotterdam aangewezen
      tot hun berechting.

      Bij de verhoren leggen enkele raden van de Admiraliteit bezwarende verklaringen af, die o.a. leiden tot arrestatie
      van de advocaat-fiscaal : ......Kievit.

      Kievit betoont zich meer verontwaardigd dan verslagen. Wat hij gedaan heeft, doet immers iedereen, die in
      de gelegenheid is zijn slag te slaan. Tijdens zijn gevangenschap schrijft hij, dat de andere raden van de Admiraliteit
      te Rotterdam zomin als hij engelen zijn en dat, zo men naar strengheid van recht en volgens de letter der instructie
      een onderzoek wil instellen, niemand hunner onschuldig bevonden zal worden : ja, de overleden raden ter
      Admiraliteit zouden dan, zo weinig als de leevenden, konnen worden vrijgesprooken.

      Gedurende het onderzoek komt de volle omvang en algemeenheid van corruptie gaandeweg aan het licht. De
      rechters ervaren, dat de oogluiking der kommisen omtrent de sluikerijen niet alleen te Rotterdam, maar te
      Dordrecht, te Amsterdam, in 't Noorderkwartier, met één woord, door gantsch Holland en in de andere
      Vereenigde Gewesten plaats heeft; dat de kollegien ook de aangehaalde goederen niet verbeurd
      verklaren, gelijk 's Lands plakaaten vorderen, maar dat dezelven voor eene geringe somme werden
      vrijgegeven, zelfs na de verbeurdverklaring, of dat men zig deswege verdraagt met den koopman, dat
      verscheiden' kommisen en andere bedienden, om hunne ampten te bekomen of om verplaatst te worden,
      verscheiden' honderden, ja tot drie- en zesduizend guldens toe, hebben moeten opbrengen; dat de
      kommisen van 't scherp passen op hun beroep zeer werden afgeschrikt, omdat het hun dikwils kwalijk
      werdt afgenomen, of door de regeering der steeden of door de raaden ter Admiraliteit zelven, die hun om
      den koophandel te bevoordeelen, zoveel hulp niet bewezen als wel vereischt werdt, inzonderheid, wanneer
      zij aanhaalingen doen van eenig belang.

      Door dit alles komt er van de heffing van convooien en licenten niet veel terecht. In Rotterdam worden hele
      scheepsladingen gesmokkeld, onder het voorgeven, dat de schepen alleen maar geballast zijn.
      Van stadswege worden daar de commiezen verhinderd in het leggen van beslag en is er eenmaal beslag gelegd,
      dat worden de goederen meestal niet verbeurd verklaard of, zoo dit al gebeurd is, voor een gering bedrag
      vrijgegeven. Aldus beroofd van hun rechtmatig aandeel in de "aangehaalde" waren, grijpen de commiezen naar
      ongeoorloofde middelen om aan geld te komen.

      Kievit van zijn kant wijt de misstanden aan de protectie bij de benoemingen, waardoor de Admiraliteit
      opgescheept wordt met een leger van onbekwame ambtenaren, die zig de handen laten vullen en door hun
      relaties in het Admiraliteitscollege hun praktijken ongestraft kunnen voortzetten.
      Werd hij, Kievit, in het waarnemen van zijn ambt niet door dit ambtenarencorps gedwarsboomd, dan zou hij het
      land wel eens laten zien, dat de opbrengst van de douanetarieven met millioenen omhoogsprong, zonder dat de
      koophandel meer dan tot dusverre bezwaard werd.

      Zonder een nader gedetailleerd onderzoek achten de rechters zich niet bevoegd uitspraak te doen in deze
      gecompliceerde kwestie.
      Van de Staten-Generaal krijgen zij in 1687 een ruimere volmacht, krachtens welke het college op de Maze
      gesommeerd wordt tot uitlevering van de nodige bescheiden. Wat zij in deze authentieke stukken vinden,
      bevestigt de getuigenverklaringen in alle opzichten: de contra-rollen van de in beslaggenomen goederen zijn niet in
      orde, er zijn bladen uitgescheurd en andere op verkeerde plaatsen ingelast; sommige inventarissen hebben slot
      noch dagtekening, andere alleen maar één hoofd: meermalen zijn goederen vrijgegeven op een blote aanwijzing
      van de fiscaal of commies-generaal; de raden hebben zich emolumenten toegelegd boven hun instructie en 's
      Lands aandeel in de geconfiskeerde goederen is, na 1674, van jaar tot jaar teruggelopen.

      Kievit's schuld aan dit alles is evident, zijn handhaving als advocaat-fiscaal uitgesloten. In Maart 1698 wordt hij
      eerloos en meineedig verklaard, voor altijd verbannen uit de Vereenigde Gewesten en veroordeeld tot betaling
      van het viervoud van het bedrag, dat hij zich onrechtmatig heeft toegeëigend.

      Kort daarna koopt zijn dochter Debora hem voor f 20.000 uit de hechtenis los; zij is gehuwd met een zoon van
      de in 1628 te Rotterdam geboren Gouverneur-Generaal Cornelis Jansz. Speelman, die in 1684 te Batavia is
      overleden.
      Haar zoon Cornelis verkoopt de opstal van Honingen in 1698 weer aan de stad.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources