Prof Rijklof Michael van Goens

Prof Rijklof Michael van Goens

Male 1748 - 1810  (61 years)    Has more than 100 ancestors but no descendants in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Rijklof Michael van Goens 
    Prefix Prof 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 12 May 1748  Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 1810  Wernigerode Find all individuals with events at this location 
    Person ID I478135  Geneagraphie
    Links To This person is also Rijklof Michael van Goens at Wikipedia 
    Last Modified 21 Feb 2007 

    Father Daniel François van Goens,   b. 4 Sep 1717, Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location,   d. 6 Feb 1791, Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location  (Age 73 years) 
    Mother Catharina Juliana Cuninghame,   c. 30 Oct 1714, 's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 28 Jul 1779, Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location  (Age ~ 64 years) 
    Married 29 Aug 1747  's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Siblings 2 siblings 
    Family ID F190941  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 12 May 1748 - Utrecht, Ut, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Photos
    Rijklof van Goens
    Rijklof van Goens

  • Notes 
    • In het najaar van 1776 vond de veiling plaats van één van de toen grootste Nederlandse privé-bibliotheken: die van Rijklof Michael van Goens.
      Meer dan negentienduizend titels zijn opgenomen in de catalogus, die over heel Europa werd verspreid.
      Men zou denken dat het om de nalatenschap van een vergrijsde geleerde ging, maar niets is minder waar: Van Goens was op dat moment slechts 28 jaar.
      De veiling van zijn boekenbezit moest een streep zetten onder zijn leven als geleerde en letterkundige.Getergd had hij in dit jaar zijn tienjarige professoraat in de oudheden, de vaderlandse geschiedenis, de welsprekendheid en de Griekse taal verruild voor een plaats in het stadsbestuur van Utrecht.
      Literator
      Alleen al om de enorme verzameling boeken die hij had weten op te bouwen, zou men Van Goens een wonderkind kunnen noemen. Er was echter wel meer opmerkelijk aan Van Goens: op zeer jeugdige leeftijd schreef hij een aantal werken, waaruit een buitengewone geleerdheid sprak. Vanaf zijn veertiende schreef hij wetenschappelijke verhandelingen in het Latijn en op zijn zeventiende schreef hij drie letterkundige opstellen, die beschouwd kunnen worden als de grondslagen van de moderne Romantiek in Nederland.
      Van Van Goens vroege jeugd is weinig bekend. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij net als andere kinderen van zijn stand de Franse school doorlopen. In januari 1757 ging hij voor het eerst naar de Latijnse school. Dit was uitzonderlijk, omdat Van Goens op dat moment nog maar acht jaar oud was. Hij doorliep deze school niet in de gebruikelijke vijfenhalf jaar, maar had er slechts vier jaar voor nodig. Dat betekende dat hij zich op twaalfjarige leeftijd kon aanmelden bij de colleges van de beroemde classicus en filosoof Petrus Wesseling. Hij was voor Van Goens een ideale leermeester, die hem sterk aanmoedigde op het pad der wetenschap.
      In 1763 publiceert Van Goens bij Abraham van Paddenburg in Utrecht zijn eerste werk: Diatriba de cepotaphiis (Uiteenzetting over grafstenen). Een jaar later verschijnt Epistola critica de locis quibusdam M. Val. Martialis (Tekstkritische brief over bepaalde plaatsen bij M. Val. Martialis), een filologische publicatie. In 1765 publiceert hij het in 1763 geschreven Bibliotheca Bremensis nova historico-philologico-theologica.
      Hierin spreekt Van Goens duidelijk zijn voorkeur uit voor de eenvoudige en natuurlijke stijl van Artemidorus, esthetische opvattingen waarop hij later nog specifiek voor de Nederlandse Letterkunde zal terugkomen.
      Zijn publicaties veroorzaakten veel opschudding, niet in de laatste plaats vanwege de leeftijd van de schrijver. Hij werd van veel kanten geloofd, wat hem mogelijk later verwend en arrogant gemaakt heeft. Op latere leeftijd kon Van Goens bijzonder slecht kritiek accepteren.
      Op zestienjarige leeftijd studeerde Van Goens af met een verzameling filologische studies Observationes miscelleanea (Gemengde beschouwingen). Enkele maanden na zijn afstuderen in Utrecht overlijdt Wesseling.
      Van Goens verhuist naar Leiden om zijn filologische studies voort te zetten. Hier ontmoet hij de acht jaar oudere letterenstudent Frans van Lelyveld. Deze man, actief in letterkundige kringen, streefde naar verbetering van de taal- en literatuurstudie op traditionele basis. Van Goens had hier andere ideeën over. Hij wilde een geheel nieuwe esthetica, een nieuwe literaire theorie. Van Lelyveld was wel belangrijk voor Van Goens. Het is de vraag of Van Goens zich zonder hem ooit over de Nederlandse Letterkunde zou hebben uitgelaten. Van Lelyveld prikkelde hem bijvoorbeeld tot het schrijven van enkele artikelen voor zijn tijdschrift 'Nieuwe Bydragen'.
      Van Goens schreef zijn bijdragen onder het pseudoniem 'le philosophe sans fard' (de filosoof zonder opsmuk). Hij kan vanwege deze opstellen beschouwd worden als de grondlegger van de Romantiek in Nederland en daarmee als wegbereider van de moderne Nederlandse letterkunde. Een van zijn eerste stukken behandelt de veelvuldig opgeworpen vraag of de klassieken beter zijn dan de modernen. Van Goens pleit voor de ontwikkeling van eigen esthetische gevoelens. Echte literatuur ontstond voor hem bij de gratie van het persoonlijke oordeel van schrijver en lezer en mocht niet slechts een trucje in navolging zijn.
      Op 25 juli 1766 wordt Van Goens, achttien jaar jong, benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de oudheden, de vaderlandse geschiedenis, de welsprekendheid en de Griekse taal aan de universiteit van Utrecht als opvolger van Petrus Wesseling. In deze jaren schrijft Van Goens nauwelijks eigen poëzie. Er verschijnen voornamelijk essays van zijn hand.
      In 1769 verscheen Verhandeling over het verhevene en naieve in de fraeie wetenschappen van Moses Mendelszoon in een anonieme vertaling van Van Goens. Hij schreef tevens een inleiding bij het werk, voegde enkele voorbeelden toe en gaf het werk op eigen kosten uit, omdat hij er zeer van onder de indruk was. Het boek wordt aanvankelijk nauwelijks opgemerkt, tot er een tweede uitgave met verbeteringen volgt. Deze wordt besproken in onder andere het blad de Nederlandsche Bibliotheek. Het is een lovende bespreking met slechts twee punten van kritiek. Deze schieten Van Goens echter volledig in het verkeerde keelgat. Hij is woedend en vindt dat zowel zijn naam als ook zijn waardigheid als hoogleraar te grabbel zijn gegooid. Onmiddellijk stapt hij naar de vroedschap van Utrecht, waar men zijn verontwaardiging deelt. Er wordt besloten de verkoop van de Nederlandsche Bibliotheek in Utrecht te verbieden.
      Het geheel is aanleiding voor een nieuwe pamflettenstrijd. Aanvankelijk krijgt Van Goens veel mensen achter zich, maar wanneer de redacteuren van de Nederlandsche Bibliotheek een gematigde positie innemen en hun kritiek uiteenzetten, verliest Van Goens, zelf toch ook een scherpe kritikaster, terrein. Hij is woest en geeft de brui aan de wetenschap. In mei 1776 diende hij zijn ontslag in als hoogleraar. Zijn breuk was radicaal en volledig. Hij staakte elke wetenschappelijke arbeid, brak al zijn correspondentie af en verkocht vrijwel zijn gehele bibliotheek, die bekend stond als een van de bezienswaardigheden van Utrecht. De veilingcatalogus bestond uit twee dikke delen en noemde negentienduizend titels. Hij werd in heel Europa verspreid, want het was bijzonder zeldzaam dat een biliotheek van dusdanige omvang onder de hamer kwam. Nog zeldzamer was wellicht dat de oorspronkelijke bezitter zijn werken vrijwel zonder uitzondering allemaal had gelezen.
      Politicus
      Van Goens eerste jaren in het stadsbestuur verlopen vrij kalm. Hij had in zijn portefeuille onder andere de universiteit, de bibliotheek, de scholen, de gevangenissen en de vroedvrouwen. Na een tijdje werd hij commissaris voor de stedelijke belastingen op wijn, vlees, zout en zeep. Bovendien werd hij benoemd tot doctor in de beide rechten, omdat de vroedschap zich ook met rechtspraak bezighield.
      Van Goens weet zijn boekenplanken al snel weer te vullen met pamfletten en andere politieke geschriften. Hij is nog maar nauwelijks gewend binnen de vroedschap, wanneer de strijd tussen patriotten en orangisten oplaait. Afkomstig uit een familie met veel sympathie voor de stadhouders en door Willem V zelf aangesteld als hoogleraar en lid van het stadsbestuur, was het voor Van Goens niet moeilijk partij te kiezen. Hij streed voornamelijk met zijn pen. Als belangrijkste woordvoerder van de Oranjepartij, werd hij al snel het mikpunt van publiciteit.
      In maart 1781 verscheen bijvoorbeeld Van Goens Politiek vertoog over het waar sistema van de stad van Amsterdam, wat een stroom van pamfletten en spotprenten opleverde. Politiek vertoog was geen pamflet, al werd het wel op die manier verspreid, maar een staatkundige beschouwing, geschreven voor leden van de Staten Generaal en voor de verdere regeringskringen. Van Goens stelde voornamelijk de Amsterdamse handel aan de kaak.
      De storm rondom zijn persoon zou mogelijk nog vrij snel zijn gaan liggen, als Van Goens niet enkele maanden later opnieuw een opruiend stuk het licht doet zien: Zeeven dorpen in brand door de onvoorzichtigheid van een schout en secretaris of historie van de oliekoeken.
      Hij maakte zich nog ongeliefder bij het Nederlandse volk door de affaire Wild, waarin hij enkele vooraanstaande boekverkopers te slim dacht af te zijn.
      Toen in deze affaire gebleken was dat het vrijwel onmogelijk was de stroom patriottische pamfletten en geschriften te keren, besloot Van Goens een tegenhanger op te richten. Dit werd de Ouderwetse Nederlandsche Patriot, die van 18 augustus 1781 tot 21 december 1782 vrijwel wekelijks zou verschijnen. De 65 nummers werden vrijwel geheel door Van Goens volgeschreven, hoewel hij wel de hulp van vrienden en kennissen, met name aan het Haagse hof, had ingeroepen.
      Tussen de strijd door verscheen in 1782 het kamerspel Het retour van de matrosen van de vloot van de schout-by-nacht. Of het lijden van de jonge Candidus. Het is een vlotte, volkse klucht, waarin Candidus, een geniepige patriot en pamflettist, door matrozen, stoere aanhangers van Willem V, te grazen wordt genomen.
      De patriotten rukten op en richtten bijvoorbeeld her en der vrijcorpsen op. Van Goens sprak zich hier heftig tegen uit en hij was dan ook persoonlijk het mikpunt van kritiek op de vroedschap. Op 11 augustus 1783 werd er een request ingediend bij de vroedschap, ondertekend door 304 Utrechtse burgers, om Van Goens uit zijn functie te ontheffen. Om de bevolking te sussen en zelf deze onruststoker kwijt te zijn, vroeg Willem V namens de vroedschap en de hofkringen Van Goens dringend zich uit eigen beweging terug te trekken. Ter compensatie zou hem spoedig een post in de diplomatie of het landsbestuur ten deel vallen. Schoorvoetend ging Van Goens accoord en verhuisde onmiddellijk naar Den Haag. Hoewel hij contact bleef houden met Willem V, bleek de voorgehouden functie niet meer dan een lokkertje. Van Goens rol op het politieke toneel was met het vertrek uit de vroedschap wel uitgespeeld.
      Van Goens heeft definitief gebroken met Nederland:

      "Ik liet mij zorgvuldig het punt aanwijzen, waar het Hollandsche gebied eindigde. Daar wendde ik nog eens mijn hoofd om; dankte God voor het geluk, zoo verre gekomen te zijn, en zwoer nimmer van mijn leven deze grenzen weder te overschrijden! Er was toenmaals inderdaad weinig waarschijnlijkheid voor. Ik was nog steeds bijna stervende en bestendig in zwijm vallende. Echter was de gedachte mij troostrijk, dat zelfs mijn gebeente niet binnen deze grenzen begraven zou worden. Het is Gode bekend, men zou het er niet met rust gelaten hebben."

      Piëtist
      Een van de belangrijkste gebeurtenissen in Den Haag is van persoonlijke aard: Van Goens bekeert zich tot het Christelijk geloof. Hij verdiept zich voornamelijk in de mystieke en piëtistische kant van dit geloof en bestudeerde vooral het werk van Emanuel Swedenborg en Johann Kaspar Lavater.
      Wanneer Van Goens in 1784 zwaar ziek wordt, slaat de algehele verbittering toe. Hij keert in juni 1786 Nederland de rug toe en ook ditmaal is de breuk radicaal. Hij wil zelfs geen Van Goens meer heten en neemt de naam van zijn moeder aan. Voortaan heet hij Cuninghame Van Goens of gewoon Cuninghame.
      Van Goens leefde verder in Zwitserland en Duitsland, waar hij gemakkelijk toegang kreeg tot adellijke kringen. Hoewel hij als schrijver zeer gewaardeerd werd, werd zijn persoonlijke leven gekenmerkt door financiële en gezondheidsproblemen. Hij stierf in 1810 in het Duitse Wernigerode, in Nederland vrijwel vergeten.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources