Johannes Willem Bergansius

Johannes Willem Bergansius

Male 1836 - 1913  (76 years)    Has 2 ancestors but no descendants in this family tree.

Personal Information    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Johannes Willem Bergansius 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 14 Aug 1836  Delft, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 22 Jul 1913  's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Person ID I411904  Geneagraphie
    Last Modified 8 Mar 2007 

    Father Johannes Josephus Bergansius,   d. Yes, date unknown 
    Mother Maria Elisabeth Schull,   d. Yes, date unknown 
    Family ID F164020  Group Sheet  |  Family Chart

    Family Henrica Ludovica Maria van Berckel,   b. 6 May 1841, Delft, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 23 Jul 1898, 's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location  (Age 57 years) 
    Married 9 Oct 1867  Delft, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Last Modified 18 Nov 2004 
    Family ID F164018  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 14 Aug 1836 - Delft, ZH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsMarried - 9 Oct 1867 - Delft, ZH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsDied - 22 Jul 1913 - 's-Gravenhage, ZH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Notes 
    • Katholieke officier die tweemaal minister van Oorlog (in de kabinetten-Mackay en -Kuyper) was. Zag in 1891 zijn poging mislukken om de plaatsvervanging bij de militie af te schaffen, vooral door verzet van zijn geloofsgenoten. Krachtig, ijverig en deskundige bewindsman. Werd zeer gewaardeerd door koningin Wilhelmina, die hem op persoonlijk gezag de titel minister van Staat verleende uit waardering voor zijn optreden bij de Spoorwegstaking van 1903.

      tweede luitenant derde regiment vestingartillerie, van 30 juni 1856 tot 1858
      eerste luitenant derde regiment vestingartillerie, van 1858 tot 1859
      eerste luitenant eerste regiment vestingartillerie, van 1858 tot 1859
      docent scheikunde Pyrotechnische School te Delft, van 1860 tot juni 1860
      opzichter pyrotechnische werkplaats Pyrotechnische School te Delft, van juni 1860 tot 1868
      ambtenaar Bureau der Artillerie ministerie van Oorlog, van 1868 tot april 1876
      commandant achtste compagnie eerste regiment vestingartillerie te Delft, van april 1876 tot 1880
      commandant vierde afdeling vestingartillerie te Zwolle, van 1880 tot april 1884
      directeur Artillerie-Schietschool te Zwolle, van 1884 tot 1887
      directeur Artillerie-Inrichtingen te Delft, van 1887 tot april 1888
      minister van Oorlog, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
      commandant van de stelling van Amsterdam, van 1891 tot mei 1892
      bevelhebber in Noord-Holland en noordelijk Zuid-Holland, van 1891 tot mei 1892
      commandant der vestingartillerie, van mei 1892 tot februari 1894
      inspecteur van het wapen der artillerie, van februari 1894 tot 1 november 1898; op eigen verzoek met pensioen na overlijden van zijn echtgenote
      minister van Oorlog, van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
      tijdelijk minister van Koloniën, van 15 februari 1902 tot 30 april 1902
      minister van Marine ad interim, van 1 december 1902 tot 16 maart 1903
      minister van Koloniën ad interim, van 10 september 1902 tot 25 september 1902
      minister van Staat, 20 maart 1903; op persoonlijk gezag van de koningin; als blijk van dank voor voortvarend optreden tijdens spoorwegstakingen
      lid Raad van State, van 28 augustus 1905 tot 20 juni 1908; trad af om gezondheidsredenen

      tweede luitenant der artillerie, van 30 juni 1856 tot 1858
      eerste luitenant der artillerie, van 1858 tot 1867
      kapitein der artillerie, van april 1867 tot 20 januari 1880
      majoor der artillerie, van 20 januari 1880 tot 19 april 1884
      luitenant-kolonel der artillerie, van 19 april 1884 tot 1887
      kolonel der artillerie, van 1887 tot 24 april 1890
      generaal-majoor der artillerie, van 24 april 1890 tot februari 1896
      luitenant-generaal der artillerie, vanaf februari 1896

      lid commissie van proefneming voor keuring en onderzoek van materieel en munitie, vanaf juni 1872
      voorzitter Staatscommissie ter voorbereiding algemene dienstplichtwet, van 10 juni 1888 tot 1890
      adjudant in buitengewone dienst koningin Wilhelmina, vanaf 31 augustus 1898
      voorzitter Vereeniging ter Beoefening der Krijgswetenschap, van 1899 tot 1901
      ondervoorzitter ministerraad, van 1901 tot 1905
      lid afdeling Oorlog (Raad van State)
      opleiding(en)
      opleiding K.M.A. (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1852 tot 30 juni 1856

      wetenswaardigheden
      Bracht in 1890 de Wet op het militair onderwijs tot stand, die het onderwijs regelt aan de Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage, de Koninklijke Militaire Academie te Breda, de Cadettenschool te Alkmaar en de Hoofdcursus (voor de dienst in de koloniën) te Kampen.
      Zijn voorstel voor herziening van de Militiewet, waarbij onder meer afschaffing van de plaatsvervanging bij de militie werd voorgesteld, bleef onafgedaan
      Werd bij de Tweede-Kamerverkiezingen verslagen in het district Utrecht II in 1897
      Versloeg in 1901 in het district Elst Mr. P. Rink (ul)
      Voerde als minister het snelvuur-geschut in bij het leger en was verantwoordelijk voor de invoering van de in 1901 tot stand gekomen Militiewet
      Bracht in 1902 de Pensioen- en bevorderingswetten voor militairen tot stand
      Bracht in 1903 een nieuw Wetboek voor Militair Strafrecht en de Wet op de krijgstucht tot stand. Door deze wetten worden vele verouderde bepalingen vervangen en wordt de rechtstoestand van de militairen (met name van niet-officieren) verbeterd. Er is voortaan één regeling voor het militair strafrecht voor land- en zeemacht. De doodstraf blijft gehandhaafd. Als de rechter meent dat veiligheidsgronden daarom vragen, kunnen misdrijven waarop levenslang staat worden omgezet in de doodstraf. Het Wetboek kent naast hoofdstraffen en militaire detentie tevens bijkomende straffen, zoals ontslag uit militaire dienst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen misdrijven tegen de veiligheid van de staat, tegen de ondergeschiktheid en op schending van verschillende dienstplichten. Krijgstuchtelijke straffen zijn onder meer verlaging in rang, plaatsing in een tuchtklasse en een verbod om buiten dienst wapenen te dragen. De Wet op de krijgstucht kent een regeling voor beroep.

      Stamde uit een katholieke familie van beroepsmilitairen
      In 1866 ontving hij een tevredenheidsbetuiging van de minister voor een opstel over schietkatoen
      Laatste zes jaar zijns levens bracht hij teruggetrokken door, grotendeels verlamd en sprakeloos door beroerte
      Koningin Wilhelmina vergat hem niet en liet zich regelmatig, soms met Juliaantje, langs zijn huis rijden om hem wuivend een koninklijke groet te brengen, hetgeen een uitzonderlijke conciliatie moet zijn geweest voor de geteisterde staatsman

      niet-aanvaarde politieke functies
      lid Tweede Kamer voor het kiesdistrict Elst, 1901; niet aangenomen in verband met zijn benoeming tot minister

      Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
      4 buitenlandse onderscheidingen

      publicaties
      "Handboek ter vervaardiging der ernstvuurwerken" (1862)

      meer informatie
      Wie is dat? 1901
      Biografisch Woordenboek van Nederland, dl. III, 46


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources