Minister president, Mr. Dr. Jan Abrahamzoon Heemskerk

Minister president, Mr. Dr. Jan Abrahamzoon Heemskerk

Male 1818 - 1897  (79 years)    Has 4 ancestors and 2 descendants in this family tree.

Personal Information    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Jan Abrahamzoon Heemskerk 
    Prefix Minister president, Mr. Dr. 
    Born 30 Jul 1818  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 9 Oct 1897  's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Person ID I411604  Geneagraphie
    Last Modified 21 Feb 2007 

    Father Abraham Heemskerk,   d. Yes, date unknown 
    Mother Joanna Jacoba Stuart,   d. Yes, date unknown 
    Family ID F163852  Group Sheet  |  Family Chart

    Family Anna Maria Heemskerk,   d. Yes, date unknown 
    Married 1 Oct 1846  Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location 
    Children 
     1. Minister President Theodorus Heemskerk,   b. 20 Jul 1852, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 12 Jun 1932, Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location  (Age 79 years)
     2. Jan Frederik Heemskerk,   b. 15 Feb 1867, 's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 20 Sep 1944, Middelburg Find all individuals with events at this location  (Age 77 years)
    Last Modified 6 Jan 2003 
    Family ID F163849  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 30 Jul 1818 - Amsterdam, NH, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsMarried - 1 Oct 1846 - Utrecht, Ut, NL Link to Google Earth
    Link to Google MapsDied - 9 Oct 1897 - 's-Gravenhage, ZH, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Notes 
    • advocaat te Amsterdam, van 1839 tot 1852
      lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor het kiesdistrict Amsterdam, van 1 juli 1851 tot 1860
      rechter Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, van 14 januari 1852 tot oktober 1864
      lid gemeenteraad van Amsterdam, van 1856 tot 1 juni 1866
      lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 24 april 1860 tot 19 september 1864
      raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Noord-Holland, van 24 oktober 1864 tot 1 juni 1866
      lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor het kiesdistrict Amsterdam, van 1865 tot 1 juni 1866
      minister van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1866 tot 4 juni 1868
      minister van Justitie ad interim, van 10 november 1867 tot 4 januari 1868
      lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Gorinchem, van 9 februari 1869 tot 15 september 1873
      raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 7 oktober 1873 tot 27 augustus 1874
      minister van Binnenlandse Zaken, van 27 augustus 1874 tot 2 november 1877
      ambteloos, van november 1877 tot september 1879
      lid Raad van State, van 15 september 1879 tot 22 april 1883
      minister van Binnenlandse Zaken, van 22 april 1883 tot 20 april 1888
      (tijdelijk) voorzitter ministerraad, van 22 april 1883 tot 20 april 1888
      minister van Staat, 28 juli 1885
      lid Raad van State, van 6 juli 1888 tot 9 oktober 1897
      lid bestuur Vrijzinnige Kiezers Vereniging te Amsterdam, vanaf 1850
      lid bestuur Nationaal-Historische Kiesvereeniging te 's-Gravenhage, van 1869 tot augustus 1874
      kantonrechter-plaatsvervanger te Amsterdam, van 1844 tot 1849
      rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, van 1849 tot 1850
      lid College van Curatoren Klinische School te Amsterdam
      lid commissie Remonstrantse Broederschap
      lid Commissie belast met het afnemen der diplomatieke examens, vanaf 11 maart 1863
      lid College van Curatoren Atheneum Illustre te Amsterdam, omstreeks 1865
      lid Commissie van Toezicht over de Genees-, heel- en verloskundige school te Amsterdam, omstreeks 1865
      lid Raad van Commissarissen Dagblad van Zuid-Holland, van 1869 tot 1873
      lid bestuur Nederlandsche Juristen-Vereeniging, van 1870 tot 1874
      kabinetsformateur, van 14 juli 1874 tot 25 augustus 1874
      lid bestuur Nederlandsche Juristen-Vereeniging, van 1880 tot 1883
      kabinetsformateur, van 4 maart 1883 tot 12 maart 1883; poging mislukte
      kabinetsformateur, van 29 maart 1883 tot 20 april 1883
      voorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, van 11 mei 1883 tot 18 maart 1885
      tijdelijk voorzitter ministerraad, van december 1867 tot maart 1868
      lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State)
      lid afdeling Financiën (Raad van State)
      lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State)
      lid afdeling Koloniën (Raad van State)
      lid afdeling Waterstaat, Handel en Nijverheid (Raad van State)
      tijdelijk voorzitter ministerraad, omstreeks 1874 en 1877
      opleiding(en)
      letteren en rechten Atheneum Illustre te Amsterdam, van 29 september 1831 tot 1838
      Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Utrecht, van 18 april 1833 tot 14 maart 1839
      letteren (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Utrecht, van 18 april 1833 tot 14 maart 1839
      wetenswaardigheden
      Werd in december 1859 bij tussentijdse verkiezingen in het district Amsterdam gekozen; versloeg in de eerste stemmingsronde W. Poolman
      Hield zich als Tweede-Kamerlid onder meer bezig met binnenlandse zaken, koloniën, justitie en spoorwegen
      Werkte in december 1861 mee aan het ten val brengen van het kabinet-Van Heemstra
      Werd in 1864 in het district bij de herstemming verslagen
      Bracht in 1867 een wet tot stand waarbij Schiedam werd uitgebreid met de op te heffen gemeente Oud- en Nieuw-Mathenesse en delen van Kethel en Vlaardinger-Ambacht
      Was in 1867 als minister verantwoordelijk voor het doen uitgaan van een circulaire aan de Commissarissen des Konings, waarin werd bevolen de Koninklijke proclamatie over de Kamerontbinding aan te laten plakken in de gemeenten
      Liet tevens met de oproepingsbriefjes een afdruk van de koninklijke proclamatie meesturen
      Versloeg in 1869 in het district Gorinchem Jhr. J.W. van Loon (a.r.) na herstemming
      Diende in 1869 bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de kiestabel een amendement in om in alle gemeenten (uitgezonderd de 23 meest bevolkte) de census op het minimum te bepalen; dit amendement werd met 39 tegen 20 stemmen verworpen. Heemskerk meende dat uitbreiding van het kiesrecht de positie van de conservatieven ten goede zou komen.
      Werd in 1873 in het district Gorinchem na herstemming verslagen door Jhr. J.J. .Teding van Berkhout (a.r.)
      Stelde in 1875 als minister van Binnenlandse Zaken de afdeling Kunsten en Wetenschappen in en benoemde de katholiek Victor de Stuers tot chef van die afdeling
      Bracht in 1875 met minister Enderlein de Hinderwet tot stand. Deze bevat regels over inrichtingen die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken. Onder de wet vallen onder meer inrichtingen (fabrieken) voor het vervaardigen of verwerken van gevaarlijke stoffen (zoals buskruit, chemicaliën, lood, zink en fosfor), gasfabrieken, stoombedrijven, branderijen, brouwerijen, slachterijen, smelterijen en timmerbedrijven, alsmede fabrieken voor kolen- en olieverwerking. De gemeenteraad kan voor oprichting van dergelijke inrichtingen een vergunning verlangen of daarvoor een bepaalde plaats aanwijzen. Bij gevaar, schade voor derden of hinder van ernstige aard kan de vergunning worden geweigerd.
      Bracht in 1875 een nieuwe Spoorwegwet en de wet tot aanleg van spoorwegen (o.a. Dordrecht-Elst, Zaanstreek-Enkhuizen en Nijmegen en Venlo) tot stand. De Spoorwegwet vervangt de wet uit 1859 en regelt de dienst en het gebruik van de spoorwegen. De dienst op een spoorweg mag alleen met toestemming van de minister worden geopend. Een reglement voor de dienst moet eveneens worden goedgekeurd. Verder regelt de wet het toezicht op de spoorwegen en zaken als het vervoer van militairen en bebouwing langs spoorwegen.
      Bracht in 1876 de Hoger-Onderwijswet tot stand. Deze regelt het onderwijs aan universiteiten en gymnasia. De wet zorgt er onder meer voor dat Atheneum Illustre verheven tot (Gemeentelijke) Universiteit van Amsterdam. De studie-eisen en organisatie van de universiteiten (die Rijksuniversiteit in plaats van Hogeschool werden) worden gemoderniseerd. Het oprichten van bijzondere universiteiten wordt mogelijk, maar studenten moeten aan een rijksuniversiteit afstuderen. In alle gemeenten met meer dan 20.000 inwoners moet een gymnasium komen, waarvan het behalen van het einddiploma toegang geeft tot de universiteit. Vrijstelling van schoolgeld voor gymnasia is mogelijk.
      Bracht in 1876 een wet inzake de voorwaarden tot verkrijging van de afzonderlijke bevoegdheid tot uitoefening van de tandheelkunst tot stand
      Diende in 1876 een ontwerp-Wet op het lager onderwijs in, die verzoening beoogde tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar die bestreden werd door de liberalen
      Diende in 1877 een wetsvoorstel in tot bedijking en droogmaking van de Zuiderzee en tot aanleg van een kanaal van Amsterdam naar de Waal; dit wetsvoorstel werd door zijn opvolger ingetrokken
      Werd in 1879 in het district Alkmaar verslagen door J.L. de Bruyn Kops (lib.)
      Stelde in mei 1883 een Staatscommissie in die onder zijn leiding een grondwetsherziening moest voorbereiden
      Tijdens het door hem tussen 1883 en 1888 geleide kabinet was sprake van een economische recessie die tot werkloosheid en armoede leidde
      Liet bij de opening van de Staten-Generaal in september 1883 de publieke tribune bezetten door weesmeisjes uit vrees voor een socialistische demonstratie voor algemeen kiesrecht
      Bracht in 1884 een wet tot stand waarbij de gemeente Schoonebeek werd ingesteld (door afsplitsing van Dalen)
      Bracht in 1884 met minister Du Tour van Bellinchave de Wet inzake het staatstoezicht op krankzinnigen en krankzinnigengestichten (Krankzinnigenwet) tot stand. Deze stelt voorwaarden vast voor de opneming en verpleging in het Rijksgesticht te Medemblik of in één van de particuliere gestichten. Een meerderjarige bloedverwant of aangehuwde, alsmede echtgenoot, voogd of curator kan aan de kantonrechter verzoeken een krankzinnige in een gesticht te doen plaatsen. Een officier van justitie kan daartoe bij een rechtbank een verzoek indienen. Een meerderjarige kan ook zelf om opneming verzoeken. Een geneeskundige moet daarna binnen zeven dagen verklaren of er sprake is van krankzinnigheid. Door een schriftelijke verklaring van de geneeskundige of op verzoek van het O.M. kan ontslag worden verleend uit het gesticht. Ook een bloedverwant of aangetrouwde kan hierom verzoeken.
      Bracht in 1884 een beperkte Grondwetsherziening tot stand, die het mogelijk maakte dat ook tijdens een regentschap de Grondwet kon worden gewijzigd. Deze wijziging was nodig in verband met de gezondheid van de koning en de kans dat er spoedig een langdurig regentschap zou zijn.
      Bracht in 1884 een wet tot stand waarbij koningin Emma als regentes werd aangewezen tijdens de minderjarigheid van haar dochter, indien deze voor haar achttiende tot de troon zou worden geroepen
      Diende in 1885 een wijziging van de Kieswet in tot herziening van de districtenindeling en uitbreiding van het ledental van de Tweede Kamer. Dit voorstel werd in november 1885 met 44 tegen 42 stemmen verworpen.
      Bracht in 1885 een wet tot uitbreiding van Rotterdam met het grondgebied van de op te heffen gemeente Delfshaven stand
      Kreeg als minister van Binnenlandse Zaken in 1886 te maken met onrust in Den Haag en Amsterdam ('palingoproer')
      Diende in 1886 een wetsvoorstel in tot beperkingen van vergaderingen en optochten; dit wetsvoorstel bracht het niet tot openbare behandeling
      Bracht in 1887 een wet inzake vereniging van de gemeenten Rimburg en Ubach over Worms tot stand
      Bracht in 1887 de Wet Bevolkings- en Verblijfsregisters tot stand, die regels mogelijk maakt over het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en over de wijze waarop inlichtingen daaruit kunnen worden verstrekt
      Had een groot aandeel in de totstandkoming van de Grondwetsherziening van 1887. Deze grondwetsherziening leidde tot opneming van het zgn. caoutchouc-artikel over het kiesrecht: kiesrecht voor mannen die over door de Kieswet te bepalen kentekenen van geschiktheid en maatschappelijk welstand beschikken. Daarnaast werd het zeteltal van Tweede en Eerste Kamer uitgebreid naar resp. 100 en 50, werd bepaald dat alle Tweede-Kamerleden iedere vier jaar gelijktijdig zouden aftreden, en werden de eisen voor verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer verruimd (ook hoge openbare ambten geven recht op verkiesbaarheid, uitbreiding aantal verkiesbare hoogst aangeslagenen). Er komen, met uitzondering van in de grote steden, enkelvoudige kiesdistricten.
      Het onderwijs-artikel in de Grondwet wordt niet gewijzigd, maar tijdens de debatten hierover wordt uitgesproken dat de Grondwet zich niet verzet tegen subsidiëring van bijzonder onderwijs.
      Werd in 1888 in het kiesdistrict Amersfoort verslagen door antirevolutionaire kandidaten
      Weigerde in 1888 een adellijke titel

      adressen
      Amsterdam, Keizersgracht
      's-Gravenhage, Herengracht, van juli 1866 tot oktober 1868
      's-Gravenhage, Noordeinde 66, vanaf oktober 1868

      onderscheidingen
      Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 25 september 1867
      Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 27 mei 1868
      Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw
      3 buitenlandse onderscheidingen

      verenigingen, sociëteiten, genootschappen
      lid conservatieve kiesvereniging "Grondwet"
      lid kiesvereniging "Regt voor Allen"
      lid Maatschappij tot Nut van 't Algemeen

      publicaties
      "Specimen inaugurale de Montesquivo, pars prior et idem pars altera" (dissertatie, 1839)
      "De Praktijk onzer Grondwet" (1881)
      diverse artikelen o.a. in "De Gids" en "De Economist"

      meer informatie
      J.J. Huizinga, "J. Heemskerk Azn. (1818-1897), conservatief zonder partij" (1973)
      Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, dl. I, 1044
      Levensbericht door W.J. van Welderen baron Rengers, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1897/8, 242
      P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
      H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
      Ned. Patriciaat, 1961


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources