Jhr. Mr. Minister President Dirk Jan de Geer

Jhr. Mr. Minister President Dirk Jan de Geer

Male 1870 - 1960  (89 years)    Has more than 250 ancestors and one descendant in this family tree.

Personal Information    |    Media    |    Notes    |    Event Map    |    All

  • Name Dirk Jan de Geer 
    Prefix Jhr. Mr. Minister President 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 14 Dec 1870  Groningen, Gr, NL Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 27 Nov 1960  Soest Find all individuals with events at this location 
    Person ID I410836  Geneagraphie
    Last Modified 21 Feb 2007 

    Father Jhr.Dr. Lodewijk de Geer,   b. 28 Dec 1831, Utrecht, Ut, NL Find all individuals with events at this location,   d. 5 Mar 1909, H.Mariënhof, Velp Find all individuals with events at this location  (Age 77 years) 
    Mother Petronella Elisabeth Beckeringh,   b. 31 Jan 1840, Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 18 Sep 1902, H.Mariënhof, Velp Find all individuals with events at this location  (Age 62 years) 
    Married 21 Oct 1859  Amsterdam, NH, NL Find all individuals with events at this location 
    Siblings 3 siblings 
    Family ID F163452  Group Sheet  |  Family Chart

    Family Maria Voorhoeve,   b. 1 May 1883, Rotterdam, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. Yes, date unknown 
    Married 11 Aug 1904 
    Children 
     1. Lodewijk Eduard de Geer,   b. 5 Aug 1907,   d. 5 Jun 1985, Nieuwegein Find all individuals with events at this location  (Age 77 years)
    Last Modified 14 Dec 2002 
    Family ID F163456  Group Sheet  |  Family Chart

  • Event Map Click to display
    Link to Google MapsBorn - 14 Dec 1870 - Groningen, Gr, NL Link to Google Earth
     = Link to Google Earth 
    Pin Legend  : Address       : Location       : City/Town       : County/Shire       : State/Province       : Country       : Not Set

  • Photos
    Dirk Jan de Geer
    Dirk Jan de Geer

  • Notes 
    • - redacteur C.H.U.-dagblad "De Nederlander", van 1894 tot 1908
      - lid gemeenteraad van Rotterdam, van 12 september 1901 tot 20 februari 1908
      - lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Ridderkerk, van 13 juni 1902 tot 30 juni 1919
      - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Schiedam, van 4 november 1907 tot 17 september 1918
      - lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, van 11 februari 1908 tot mei 1920
      - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 30 augustus 1921
      - lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1 juli 1919 tot 8 mei 1920
      - burgemeester van Arnhem, van 8 mei 1920 tot 28 juli 1921
      - minister van Financiën, van 28 juli 1921 tot 11 augustus 1923
      - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 juli 1922 tot 18 september 1922
      - minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw, van 4 augustus 1925 tot 8 maart 1926
      - minister van Financiën, van 8 maart 1926 tot 26 mei 1933
      - voorzitter van de ministerraad, van 8 maart 1926 tot 8 augustus 1929
      - fractievoorzitter C.H.U. Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 april 1933 tot 10 augustus 1939
      - lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 mei 1933 tot 10 augustus 1939
      - minister van Staat, van 31 augustus 1933 tot 12 november 1947; titel ontnomen
      - lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 2 juli 1935 tot 10 augustus 1939
      - minister van Financiën, van 10 augustus 1939 tot 3 september 1940
      - minister van Algemene zaken ad interim, van 10 augustus 1939 tot 3 september 1940
      - voorzitter van de ministerraad, van 10 augustus 1939 tot 3 september 1940
      - regeringsafgevaardigde naar Nederlands-Indië, november 1940
      - lid partijbestuur C.H.U. tot 1914
      - lid partijbestuur C.H.U., van 1918 tot 1921
      - politiek leider C.H.U., van 8 juli 1929 tot 3 september 1940
      - voorzitter C.H.U., van 1933 tot 1939
      - lijsttrekker C.H.U. Tweede-Kamerverkiezingen, 1933
      - lijsttrekker C.H.U. Tweede-Kamerverkiezingen, 1937
      - lid Staatscommissie inzake de evenredige vertegenwoordiging (Staatscommissie-Oppenheim), van 19 november 1913 tot 25 mei 1914
      - lid Centrale Commissie voor drinkwatervoorziening, vanaf 25 juni 1916
      - lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Ruys de Beerenbrouck), van 20 december 1918 tot 27 december 1920
      - lid Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1920
      - informateur, van 19 juli 1922 tot 22 juli 1922; geheime opdracht
      - kabinetsformateur, van 1 maart 1926 tot 4 maart 1926
      - kabinetsformateur, van 4 augustus 1939 tot 9 augustus 1939
      - lid College van Curatoren Rijksuniversiteit te Groningen, van 12 september 1935 tot 19 augustus 1939
      - lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Wilde), van 24 januari 1936 tot 8 juni 1936
      - lid Staatscommissie inzake concentratie van scholen voor bijzonder lager onderwijs, van 4 april 1936 tot 16 december 1936
      - lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1915 tot februari 1915; voorzitter eerste afdeling
      - voorzitter vaste commissie voor de Belastingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1935 tot september 1939
      - lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1933 tot augustus 1939
      opleiding(en)
      - gymnasium te Rotterdam
      - gymnasium te Arnhem
      rechten (gepromoveerd op dissertatie) Rijksuniversiteit te Utrecht tot 1895; cum laude
      wetenswaardigheden
      - Versloeg in 1907 H.J. Versteeg (lib.) na herstemming
      - Voerde als Kamerlid vooral het woord over financiën, binnenlandse zaken (gemeentefinanciën), onderwijs en justitiële onderwerpen
      - Stemde in 1907 met Lohman en Van Bylandt (als enigen van de rechterzijde) vóór de (verworpen) begroting van Oorlog
      - Versloeg in 1909 G. Nijpels (vdb)
      - Werd in 1909 in het kiesdistrict Rotterdam I na herstemming verslagen door H. Goeman Borgesius (ul)
      - Bracht in 1910 samen met Van der Molen (A.R.P.) een initiatiefvoorstel tot stand inzake een overgangsregeling m.b.t. de akten van bekwaamheid voor onderwijzers
      - Werd in september 1912 als tweede op de voordracht voor het Tweede-Kamervoorzitterschap gezet
      - Versloeg in 1913 J.H. Gunning Wz. (ul)
      - Eén van de eerste rechtse politicus die voor algemeen kiesrecht en vrouwenkiesrecht pleitte
      - Stemde in 1917 met Lohman als enige van zijn fractie tegen een motie-Marchant, waarin het besluit van minister Bosboom werd betreurd om de landstormjaarklasse 1908 op te roepen
      - Werd in september 1918, 1919 en 1920 als derde op de voordracht voor het Tweede-Kamervoorzitterschap gezet
      - Diende in 1920 met Van den Tempel (S.D.A.P.) en Treub (V.B.) een initiatiefvoorstel in inzake maatregelen tegen te zware gemeentelijke belastingdruk; dit voorstel werd in 1921 ingetrokken
      - Bracht in 1922 samen met de ministers Ruijs de Beerenbrouck, De Visser en Van Dijk de Pensioenwet tot stand. Deze regelt de pensioenvoorziening voor ambtenaren van Rijk, gemeente, provincie, waterschappen, Raden van Arbeid, de Rijksverzekeringsbank en Kamers van Koophandel. Ook onderwijspersoneel en beambten van aan de overheid gelieerde bedrijven vallen onder de wet. Pensioen wordt uitgekeerd aan ambtenaren vanaf hun 65ste en bij invaliditeit, en aan weduwen en wezen van ambtenaren. De pensioenvoorziening wordt ondergebracht in het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Dit wordt bestuurd door de Pensioenraad.
      - Kwam kort voor het einde van de formatie in 1922 terug op zijn toezegging om wederom minister van Financiën te worden vanwege bezwaren tegen de financiering van de Vlootwet. Was alsnog bereid de post te aanvaarden na de toezegging dat een staatscommissie de financiering zou onderzoeken.
      - Trad in 1923 af als minister in verband met bezwaren tegen de voorgestelde financiering van de vlootuitbreiding (Vlootwet)
      - Bracht in 1926 de Bioscoopwet tot stand (verdedigde deze ook in de Eerste Kamer hoewel hij geen minister van Binnenlandse Zaken meer was). Deze wet maakte gemeentelijke voorschriften voor filmvoorstellingen aan personen onder de 18 jaar mogelijk en voerde de mogelijkheid van gemeentelijke nakeuring (naast de verplichte rijkskeuring) van films voor volwassenen in.
      - Bracht in 1926 de Motorrijtuigenbelastingwet tot stand, waarbij de wegenbelasting werd ingevoerd waarvan de opbrengsten ten goede kwamen aan het wegenfonds. De belasting werd geheven van motorrijtuigen op grond van het gewicht van de voertuigen. De in 1924 tijdelijk ingestelde rijwielbelasting werd een blijvende retributie.
      - Bracht in 1927 een nieuwe Comptabiliteitswet. Deze legde het reeds gehanteerde repressieve stelsel vast: de uitgaven werden gecontroleerd, nadat ze waren gedaan. Twistpunten tussen de Rekenkamer en de regering over een uitgave werden aan de Staten-Generaal voorgelegd. Ook de door de Rekenkamer goedgekeurde rijksrekening moet aan de Staten-Generaal worden voorgelegd. Het ledental van de Algemene Rekenkamer werd teruggebracht van zeven naar vijf. De Rekenkamer mag zelf aanbevelingen doen bij vervulling van vacatures. De maximum leeftijd voor het lidmaatschap werd 70 jaar.
      - Bracht in 1928 samen met minister Kan de Natuurschoonwet tot stand, die eigenaren van landgoederen die onder de wet vallen, vermindering van belasting gaf
      - Bracht in 1929 de Financiële-Verhoudingswet tot stand, waarbij onder meer het Gemeentefonds wordt ingesteld. De gemeentelijke inkomstenbelasting werd vervangen door een Gemeentefondsbelasting waaruit het Gemeentefonds werd gevoed. Daarnaast werden er 50 opcenten op de vermogensbelasting geheven. De gelden uit het Gemeentefonds werden verdeeld op basis van vijfjaarlijks vast te stellen uitgaven voor onderwijs, politie en armenzorg en het gemiddelde inkomen per inwoner in een gemeente.
      - Bracht in 1931 een verhoging van het invoertarief tot stand voor thee, tabak en benzine
      - Voerde in 1932 bezuinigingen door bij de gemeenten (3% verlaging salarissen gemeentepersoneel)
      - Bood in augustus 1939 en nogmaals in december van dat jaar Colijn aan de leiding van zijn kabinet over te nemen, vanwege diens grotere internationale prestige. In beide gevallen weigerde Colijn.
      - Was na de Duitse veroveringen overtuigd dat Duitsland lange tijd de dienst zou uitmaken op het Europese vasteland
      - Zijn ontslag in 1940 kwam vooral tot stand onder druk van Koningin Wilhelmina
      - Vertrok op 5 november 1940 naar Nederlands-Indië met de opdracht een onderzoek in te stellen naar de financiële verhouding tussen Nederland en Nederlands-Indië, speciaal met het oog op de naoorlogse toestand
      - Ging echter via Lissabon en Berlijn terug naar bezet Nederland, waarna hij onder meer de brochure 'De synthese in den oorlog' publiceerde
      - Naar aanleiding van zijn houding en optreden in de oorlog veroordeelde de Bijzondere Raad van Cassatie hem op 29-10-1947 tot 1 jaar gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar
      anekdotes
      Zijn werklust en behoefte om zaken zelf af te handelen, bleek uit zijn gewoonte om tot diep in de nacht door te werken, waarbij hij als laatste het departement afsloot.
      niet-aanvaarde politieke functies
      - minister van Onderwijs, 1918; geweigerd
      - minister van Financiën, 1918; weigerde deze hem door Nolens aangeboden portefeuille
      - vice-president Raad van State, 1933; geweigerd

      adressen
      - Groningen; jeugdjaren
      - Rotterdam; jeugdjaren
      - Velp (Gld.); jeugdjaren
      - 's-Gravenhage, Johan van Oldenbarneveltlaan 65, omstreeks 1913
      - 's-Gravenhage, Prins Mauritslaan 61, omstreeks 1917
      - Arnhem, Sonsbeekweg 18, omstreeks 1920
      - 's-Gravenhage, Prins Mauritslaan 61, omstreeks 1939
      - Soest tot 27 november 1960; mocht niet zonder toestemming de gemeente Soest verlaten

      - Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, van 1920 tot mei 1950; ontnomen
      - Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, van 29 augustus 1938 tot mei 1950; ontnomen

      publicaties
      - "De grenslijn tusschen opzet en schuld" (dissertatie, 1895)
      - "Hoe te stemmen?" (1918)
      - "De staatsfinanciën" (1924)
      - "Nieuwe stroomingen getoetst aan het oude beginsel" (1933)
      - "De toekomst van de Volkenbond" (1938)
      - "Religie en staatkunde" (1939)
      - "De synthese in den oorlog" (mrt. 1942); brochure, uitgegeven bij D. van Sijn en zonen te Rotterdam
      - "Van lang vervlogen dagen" (1949)
      - "Collectieve veiligheid of collectieve zelfmoord" (1950); brochure
      - "Als de avondklok luidt" (1953)
      - "Hou en trouw tot het einde" (1953)
      - "Herinneringen" (1959)
      - "Evenwicht of rechtsherstel" (1960)
      meer informatie
      - Biografisch Woordenboek van Nederland, dl.III, 181
      - G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984)
      - Onze Afgevaardigden, 1909 en 1913
      biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

      Oudste kind


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources