Graaf Jan Carel Elias van Lynden

Graaf Jan Carel Elias van Lynden

Male 1912 - 2003  (90 years)    Has more than 100 ancestors and 4 descendants in this family tree.

Personal Information    |    Notes    |    All

  • Name Jan Carel Elias van Lynden 
    Prefix Graaf 
    Relationshipwith Francis Fox
    Born 3 Dec 1912  Lisse Find all individuals with events at this location 
    Gender Male 
    Died 6 Aug 2003  Sint Michielsgestel Find all individuals with events at this location 
    Person ID I356445  Geneagraphie
    Last Modified 21 Feb 2007 

    Father Jan Maurits Dideric van Lynden,   b. 30 Jan 1864, 's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 25 Nov 1930, Lisse Find all individuals with events at this location  (Age 66 years) 
    Mother Gravin Aurelie Elisabeth van Limburg-Stirum,   b. 7 Jun 1875, 's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 30 Jun 1949, Alt-Aussee, Steiermarken Find all individuals with events at this location  (Age 74 years) 
    Married 30 Jul 1895  's-Gravenhage, ZH, NL Find all individuals with events at this location 
    Family ID F140861  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 1 Living 
    Children 
     1. Barones Irene Aurelia Elisabeth van Lynden,   b. 11 May 1939, Haarlem, NH, NL Find all individuals with events at this location,   d. 1999  (Age 59 years)
    Last Modified 2 Jan 2002 
    Family ID F140868  Group Sheet  |  Family Chart

    Family 2 Living 
    Last Modified 2 Jan 2002 
    Family ID F140871  Group Sheet  |  Family Chart

  • Notes 
    • Bosexploitant
      Door de verkoop van de Keukenhof in 1809 aan Mr. Johan Steengracht van Oostcapelle komt

      In verband met de slechte economische omstandigheden zijn in deze tijd al een groot aantal buitenplaatsen in de omgeving van de Keukenhof gesloopt. Hieronder vallen Ter Specke, Zandvliet, Middelburg en Wassergeest. De koop van de Keukenhof door Johan Steengracht betekent de redding van deze buitenplaats.
      Steengracht breidt spoedig de bezittingen van de Keukenhof uit.
      Een schilderij uit 1820 toont het huis met de oprijlaan met voor het huis een weide waarin boomgroepen staan. Terzijde van het huis is een beplantingsgroep te zien waarin we onder meer Sparren en Italiaanse populieren kunnen onderscheiden.
      In 1837 vestigt zijn dochter Cecile, gehuwd met Carel Anna Adriaan baron van Pallandt, zich op de Keukenhof, nadat de Keukenhof van 1829-1837 verhuurd is geweest. Na de dood van haar vader in 1846 erft zij de Keukenhof.
      De van Pallandts vonden dat de oude buitenplaats de Keukenhof geen passende residentie meer vormde; plannen voor de verbouwing werden gemaakt. In 1849 wordt de muur om de bloementuin verlegd en vernieuwd. De eerste steen van de uitbreiding van een oudere muur dateert uit 1849. De zoon van het echtpaar Van Pallandt-Steengracht, Jonker Frederik Willem Anne, legde de eerste steen, zijn zuster legde het jaar daarop de eerste steen voor het Zwitsers speelhuis of tuinhuis.
      In februari 1914 verschijnt in het tijdschrift ‘Buiten’ een artikel waarin de omsloten tuin van de Keukenhof wordt beschreven. Er werd onder andere in vermeld dat men langs een allee van rododendrons, te midden van reeksen kuipen met hortensia’s in de afgesloten tuin komt, die door zijn indeling en vorm de indruk van een rosarium wekt. Men schrijft over hortensia’s hydrangea’s, geraniums, fuchsia’s, reseda’s, heliotropen, begonia’s , dahlia’s, floxen, papavers, anjers, leeuwebekken, violieren, chrysanten en hanekammen. Ook meloenen, komkommers en vijgenbomen, die over schuin-opstaande rekken zijn geleid worden genoemd. Tussen de verschillende gedeelten van den tuin zijn lage hekken aangebracht die bekleed zijn met loof van appelaars.
      In 1856 komt het koetshuis annex stal en tuinmanshuis gereed. Daarna worden de oude tuinmanswoning met koetshuis en paardenstal die zich achter het herenhuis bevonden, gesloopt. In 1861 wordt de buitenplaats de Keukenhof verbouwd tot een neo-gotisch kasteel, naar ontwerp van de architect Elie Saraber. In 1863 is de verbouwing gereed.

      In 1857 nodigden baron en baronesse van Pallandt de tuinarchitecten J.D. en L.P. Zocher uit een ontwerp te maken om de reeds bestaande Engelse landschapstuin te verfraaien. Van het oude huis met een deel van het park is een afbeelding bekend uit 1855. In het grasveld voor het huis staan solitairen en boomgroepen van aanzienlijke ouderdom. Dit is een deel van hun werkterrein, maar wat ze voor de directe omgeving van het huis hebben voorgesteld is helaas niet bekend.
      De vijvers van de overtuin, het vroegere Zandvliet, moesten royaal en breed uitgegraven worden tot in de omgeving van het huis. De publieke weg die de Zochers wilden laten vervallen, moest echter van de overheid gehandhaafd blijven, en werd daarom met een bocht om het huis gelegd.
      De ligging van de oude publieke weg is nog goed te herkennen. Op het parkeerterrein voor het kasteel staat nog een groepje eiken in een rij, als overblijfsel van de bomen langs de oude weg.
      In de winter van 1858/1859 werd begonnen met de voorbereiding van de nieuwe tuinaanleg. Een aantal bomen werd gekapt, vijvers uitgegraven en reeds aanwezig water tot 1 m. diepte uitgebaggerd. In het najaar van 1859 en het voorjaar van 1860 werd tot beplanting overgegaan. Het ‘plantsoen’ werd grotendeels door de baron zelf geleverd, maar de Zochers bepaalden hoe dit gerangschikt moest worden.
      Veel Rhododendron, Oosterse duizendknoop (Polygonum orientale), Japanse bamboe (Pseudosasa Japonica), Japanse funkia’s (Hosta Sieboldiana) en Pachysandra terminalis worden aangeplant, als ook Witte vogelkers en Paarse Sering. In hoeverre deze planten reeds aanwezig waren is niet bekend. Als laatste werden de open vlakten ingezaaid met Engels raaigas en klaver. Voor een bedrag van 18.700,= werd het gehele werk om het huis en in de overtuin door de Zochers uitgevoerd. In de overtuin, de huidige bloemententoonstellingsterrein, stond een grote koepel van waaraf met een schitterend uitzicht over het landgoed had. In 1859 werd een gietijzeren brug aangelegd die het eiland in de vijver met het vasteland verbond. Het bezit werd verder uitgebreid, vrijwel de gehele Lageveense polder kwam in 1860 in één hand.
      Rond 1880 wandelt ene Ds. Craandijk vanuit het zuiden over de Spekkelaan naar het Keukenduin en de Nieuwe Plantage: Hij heeft het over “een lange rei rasters, die het park bij het huis omringen” en “het digte hout van opmerkelijke hoogte achter de houten palissaden. ‘De plaats’ staat open en zelfs rijtuigen kunnen gebruik maken van breeden grintweg langs het huis. Er is eerlijk hout op de plaats, vorstelijk is de aanleg en fraaije gezigten zijn er in menigte.”
      Na het overlijden van mevrouw van Pallandt-Steengracht in 1899, komt de Keukenhof in handen van haar dochter Cornelia, gehuwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden . Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Cecile Marie, Jan Maurits Dideric en Carel Anne Adriaan Willem.

      Graaf van Lynden sterft in 1900. Zijn vrouw woonde daarna vrijwel geheel alleen op de Keukenhof. De Van Lynden’s waren dierenliefhebbers en legden in de ‘nieuwe plantage’ een hondenkerkhof aan.
      De eerste hond ‘Bobby’ werd er in 1905 begraven. Eén graf is van het paard ‘Gultoppr’ van Mevrouw van Lynden.
      Tot 1909 liep de Loosterweg van Voorhout naar Hillegom rakelings langs de ingang van het kasteel. Bij het ‘Rozenhek’ passeerde men de Stationsweg met aan de overzijde het weiland waar roodbonte koeien graasden, met de koepel/schaapskooi of ‘de ark’. De al te grote nieuwsgierigheid van sommige wandelaars en ’t verkeer van vrachtwagens waren er de oorzaak van om de weg langs de boerderij op gezichtsafstand ten noordwesten van het huis om te leggen.
      Jan Maurits Dideric trouwde in 1895 met Aurelia Elizabeth gravin van Limburg Stirum, Vrouwe van Noordwijkerhout.
      Nadat Mevrouw van Lynden-van Pallandt in 1923 op Keukenhof was gestorven, betrok Graaf Jan Maurits Dideric van Lynden het kasteel. Hij was kamerheer in buitengewone dienst van H.M. de Koningin. Hij liet het kasteel door architect W. de Vries nogmaals veranderen.
      Ook de muur om de moestuin werd met oude stenen verlengd. Toen is een wapensteen ingemetseld met het wapen van Leiden (XVII), afkomstig van het in 1861/’67 gesloopte Huis Halfweg (tussen Leiden en Haarlem). Aan weerszijden van de Stationsweg, op de plek waar nu de voetgangerstunnel onder deze weg loopt, was vroeger het ‘Mijnheershekje’, de doorgang van het huis naar de Engelse tuin van Zandvliet. In 1930 stierf ‘Mijnheer Jan’. Hij werd begraven op de nieuwe begraafplaats Duinhof in de zuidoostelijke hoek van het Keukenduin. Zijn vrouw stierf in 1949 in Oostenrijk.
      De zoon van het echtpaar Van Lynden-van Pallandt, Jonker Jan Carel Elias werd de nieuwe eigenaar van Keukenhof. Hij werd op 3 december 1912 op het buitengoed Wildlust geboren. Graaf Jan Carel Elias van Lynden is de huidige eigenaar van de Keukenhof. Hij is getrouwd geweest met Anneke van der Poll en daarna met Pauline Margaretha Christine de Steenhuysen.
      In de Tweede Wereldoorlog moest de Keukenhof ontruimd worden in verband met inkwartiering van de Duitsers. De sleuven bij de kunstmatige ophogingen werden door de Duitsers en ook door de Canadezen als schietbanen gebruikt. De brug naar het eiland op het tentoonstellingsterrein werd vanwege het kostbare ijzer en het teakhout gesloopt. In de ‘Nieuwe Plantage’of ‘Binnenplaats’ kwam een raketstelling voor V1’s. Hiervoor moesten veel oude bomen verdwijnen en ook het theehuisje of ‘bilikhuisje’.
      Ook het houten raster en de laanbomen rond de “Binnenplaats” verdwenen. In 1940 werd door de Duitsers de weg bij de manege Puntenburg afgedamd. Hierdoor was doorgang via de Bosweg (Laan van Overduin) niet meer mogelijk. In 1941 werd daarom de Van Lyndenweg aan de oostzijde van de Keukenhof aangelegd.
      De Engelse tuin met een stuk duinbos van Zandvliet (26 ha. groot) werd in 1949 door tuinarchitect van der Lee als bloembollententoonstelling ingericht. De tuin ging niet “Zandvliet”, maar “Keukenhof” heten, omdat die naam bekender was. Het terrein voor het huis heeft aan schoonheid moeten inboeten: omdat de zware autobussen op de omliggende slappe bodem zouden wegzakken, werden ze op deze draagkrachtiger bodem geparkeerd. Later zijn er souvenirshops en een voetgangerstunnel onder de Stationsweg bijgekomen.


Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources