BRIDGE TOO FAR

Toen ik dit boek van Cornelius Ryan gelezen had, besloot ik, om eindelijk na 32 jaar,enkele kanttekeningen op schrift te stellen, welke juist op deze "bruggenwedloop'' betrekking hebben.

Eerst enkele persoonlijke gegevens.

In Mei 1940 was ik 8 jaar huisarts in Nijmegen en 40 jaar oud. Ik woonde en had mijn praktijk op de Oranjesingel 66 en was in 1939 gekozen tot voorzitter van de Kring Nijmegen en Omstreken van de Kon. Ned. My tot bevordering van de Geneeskunst, als opvolger van collega Enneking. Deze kring omvatte toen ± 120 artsen en reikte van Gennep, Boxmeer en Ravensteyn in het Zuiden tot en met het Land van Maas en Waal, Elst, Bemmel, Lent, Millingen, Beek, Groesbeek en weer terug naar Gennep.

De eerste oorlogsdagen bracnten mij al in moeilijkheden. Ik wilde de benzienevoorziening, -benzine en gas waren op de bon- voor de artsen sauveren. Met lood in de schoenen ging ik de derde dag naar de Ortskommandant, die op het Valkhofplein in het Unitasgebouw zijn kantoor hield. De gangen waren verstopt met mensen die met postduiven kwamen aandragen (op het bezit stond de doodstraf) maar ik werd regelrecht bij de Commandant hinnengebracht. Hij bleek een arts te zijn, Wimmer geheten. Direkt begon hij met excuses over de aanval op een broedervolk en zei dat hij niets van de nazi's moest hebben. (Hij was den ook al ganw van het toneel verdwenen.) Er kwam een benzineregeling, welke voldoende was tot stand en toen ik wilde opstappen, vroeg hij mij: Hoe staat het met de ziekenfondsen? lk zei nem dat er 3 regionale ziekenfondsen waren. Toen deelde hij mij ongevraagd mede, dat die fondsen langzamerhand in het duitse ziekenfonds "JULICH" zouden overgaan. De eerste regelingen hiertoe vertoonde hij mij (folders). Dit was bedoeld om de "Arbeitseinsatz" van de bevolking voor werk in Duiteland te vergemakkelijken. Toen nam ik afscheid.

Het was de eerste en laatste maal in de 4 oorlogsjaren dat ik met een Duitser gesproken heb maar zijn inlichting over het ziekenfondswezen (Julich. lag even over de grens bij Gennep) was voor mij hoogst belangrijk. Van toen af aan verdwenen alle ziekenfondsadministraties bij de Directeuren onder de grond.

Mijn ondergrondse M(edisch)-C(ontact)-tijd bracht mij 12 artsenestafetten, welke beschikten over een eigen telefoonnet met geheime code's (centrum was de apotheek van der Ploeg in de Tooropstraat). Dit net was gemaakt door het hoofd van de meetkamer van het Postkantoor vlak bij mijn huis, de Heer Jannink. Omgekeerd was er in de grobe bunker in de tuin van het door de Wehrmacht bezette Oud-Burgergasthuis, een hyper-modern Siemens radio en telefoonstation aangebracht dat sinds enkele maanden voor het einde van de oorlog het centrum was van de Duitse Wehrmachtberichtgeving in West-Europa. Direct na de bevrijding trof ik dit station aan. Het werd eruit gehaald en in de kelders van het Wilhelmina-ziekennuis ondergebracht. Enige maanden later toen den Bosch was veroverd, fungeerde het daar als eerste telefoonstation.

Nu een sprong naar Dolle Dinsdag, 5 Sept. l944

Op 3 september, de dag dat Brussel werd ingenomen en 4 september, de dag dat Antwerpen viel, ging er een stroom van vluchtende N.S.Bers en deserterende soldaten in alles, wat maar rijden kon, met de herten uit de parken, over de Singel richting Duitsland (Groesbeek en Berg en Dal, zie Ryan’s boek blz. 27-35). Iedereen herademde en was in afwachting: maar politiechef SS-generaal Rauter zat niet stil. lk kende zijn gedragingen vrij goed van mijn collega van Erp Taalman Kip, die in Arnhem de leider was van M.C.- voortdurend had hij het met Rauter (achter de schermen!!) aan de stok. Rauter, die in Velp woonde, had een dienstbode die een gevaarlijke dubbelepionne was. Dat wist Taalman Kip. Ik sprak hem elke week en wist toen dat Rauter wraak sou nemen voor deze "dolle dinsdag". Vermoedelijk heeft Rauter al veel eerder contact opgenomen met veldmaarschalk Mode1 dan eerst op 14 september (Ryan blz.137) en ik vermoed zelfs dat de legerorder waar Model's naam onderstond en waarin iedere vluchtende solaaat (resp. deserteerde), met de kogel bedreigd werd, van Rauter afkomstig was. Ik meen mij te herinneren, dat deze dagorder reeds op Maandag 11 september aan de troepen welke de singel passeerden werd uitgereikt.

Ik vond dit schandalige stuk, vertrapt, overal op de singel liggen. Ik hoorde dat het gedrukt zou zijn in de studentensocieteit op de Oranjesingel, die door de Duitsers bezet was. Tegelijkertijd begon er in die week van 11 september een terreuractie tegen de burgerij. Iedereen die een soldaat hielp of verborg kreeg de kogel. Op de hogere klassen van de jongensscholen verschenen SS officieren, die de jongens en leraren sommeerden voor dwangarbeid : n.l. het maken van loopgraven aan het Maas-Waal kanaal bij Weert en "foxholes" op de singels (b1z. 136).

Op een van mijn patientenritten per fiets - ik meen op woensdag 13 september bezocht ik ook Mevrouw van Hoof, die al enige weken aan een crisis harer zenuwen leed. Ik wist dat haar zoon illegaal werk deed (Jan) maar ook niets meer.

Als ik haar vroeg, waarom zij zo overspannen was, zeide zij: "Wij wonen zo dicht bij de brug".

Op het plein bij de school van de "Filles de la Sagesse" op de Groesbeekse weg,zag ik een SS oft'icier op een podium staan, waarop een bord stonid met de kaart van het centrum van Nijmegen, er stonden ± 100 geuniformeerde Hitlerjugend om hem heen. Ik ging onopgemerkt achter de Iaatste rij staan. Ik hoorde de

man schreenwen, dat het blok waarin het postkantoor, van Welderenstraat, Staringstraat en Oranjesingel lag, na zijn bevel in brand gestoken moest worden. -

Toen wist ik genoeg en ben onopgemerkt weer weggefietst. Rauter zou overgaan tot terreurdeden. Met een slag had hij van de SS "Wehrmacht'' en de Hitlerjugend een psychopathen-corps gemaakt. Elke soldaat moest zich dood vechten in naam van Hitler.

Die nacht ging om ± 2 uur de telefoon. Jannink meldde: "uterusruptuur". Ik nam snel afscheid van vrouw en kinderen en rende met de fiets in de hand door de voortuin de Oranjesingel op. Direct zat ik in 2 lichtbundels die kwamen uit de tuin van het huis van Mr. P.v.d.Velden (schuin tegenover mijn huis) waar een Oostenrijkse generaal van het O.Burg. Gasthuis, met vrouw en dochter hun intrek hadden. Ik liet mij op de grond vallen en stak over de grond de fiets acher mij aansleurend, in schuine richting de singel over, sprong weer op de fiets en verdween weer naar mijn onderduikstation, de barakken voor t.b.c. kinderen van de Zusters Fransciscanessen aan de Jacobslaan-Heiweg. Onderweg vloog ik nog een keer van de fiets in de Houtlaan door de luchidruk van een granaat-, die vlak voor mij terechtkwam.

De volgende morgen vroeg kwamen de N.S.B.-ers en Ruiten's politie(Wieben) c.s. ophalen, maar de vogel was gevlogen. Mijn spreekkamer en wachtkamer werden verzegeld maar Zaterdag kwamen de landvrraders alweer terug om de zegels door te knippen. Mijn vronw meldde mij dat alles weer "veilig" was en zo was ik Zaterdagavond 16 Sept. weer thuis. Het gehele gezin werd toen naar het sousterrain verhuisd, waar de keuken was met het grote gasfornuis en de extra met balken gestutte grote verwarmingskelder. Hierin kon het gehele gezin met onze dienstbode An Diebels, in de kleren slapen, zoals radio "Oranje" had aanbevolen.

Om ± half acht uur 's avonds (een ½ uur voor de avondklok van 20.00 uur), ging de bel. Ik maakte de deur op een kier open; er stond een jongen, die mij een doos overhandigde voor Pater van Ogtrop. De studentenpater B. Van Ogtrop s.j. (de pere) was al enige maanden bij mij ondergedoken om zijn illegale werk, o.a. een ondergronds studentenblad, rustig te kunnen doen, maar hij sliep niet in mijn huis. Om half negen kwam de generaal met zijn vrouw en dochter nit het huis aan de overkant. Zij wandelden protserig midden op de Singel die verder totaal verlaten was.

ZONDAG 15 September l944 (D.day)

Wij gingen vroeg naar de kerk op die stille fraaie morgen in de jongensschool op de Bijleveldsingel. Alles leek op vrede. Om 11 uur ging de telefoon. Het was de stoppelaar Blijdestein van de Graadt van Roggenstraat 20 die zich meldde. Ik kende hem van de societeit "de Harmonie", maar dat hij illegaal werk deed, wist ik niet. Heb je gisterenavond een doos ontvangen?" Ja voor Pater van Ogirop". Wil je mij die doos direct komen brengen?. "Accoord". Tien minuten later zette ik de doos op de tafel van zijn werkkamer op de eerste verdieping, Van hier keek ik eerst met bewondering naar het schitterend uitzicht op de Waal, en de Waalbrug: ook zag ik nog de fabriek achter het huis van collega F.Huygen (nu een Philipsfabriek). "In de doos zitten 2 geheime zenders, zei Blijdenstein een voor mij en een voor mijn post bij de brug van Grave,want ik ben commandant van de grenswacht groep IV. Het feest gaat beginen. Hij schonk iets in, wat op koffie moest lijken. Maar bij de eerste slok maakte hij en ik een sprong achter de vensterbank en doken wij weg. Het hele huis trilde, de hel leek losgebarsten. Op het noordelijke bruggenhoofd en vooral die fabriek, waar duikbootapparatuur gemaakt werd, daalde een bommenregen neer.

Toen de R.A.F. uitgeraasd was, ging ik direct naar huis: onderweg zag ik overal branden; ik kwam veilig thuis, maar de weinige mensen op straet keken elkaar veelzeggend aan. De fantastische verovering van de brug bij Grave was om half drie gebeurd, (Ryan blz.218); terwijl de grote duitse garnizoensstaf in de grote kazerne biefstukjes aten, wist ik al, dat er parachutisten in Groesbeek en overasselt geland waren.

lk dacht niet meer aan mijn taak als arts bij de luchtbeschermingsdienst achter het Wilhelminaziekenhuis.

Die midda.g werd gebruikt om mijn huis verder te beveiligen. Ik liet het bad op de 1ste verdieping en teilen op de 2de verdieping vol water lopen en bracht de lange tuinslang naar het dak. Verder waarschuwde ik mijn buren, deurwaarder Jansen met familie, dat klopsignalen op de aangrenzende muren. van de verwarmingskelder betekende, dat ik te hulp moest komen. Hiertoe werden ladders tegen de tuinmunr gezet.

Op het eind van de zondagmiddag wordt het ineens wat drukker op de singel. De mannen en de jongens die aan het Maas-Waalkanaal loopgraven moesten maken, keren terug, omdat ze te fel door de R.A.F. bestookt werden. Drie huizen er vandaan uit pension "Wouterlood" vertrekken 7 duitse meisjes (grijze muizen) met enkele duitse burgers, bepakt en gezakt, richting Waalbrug. Ziezo, die zijn we kwijt.

Om kwart over zes komt het bevel, om alle ramen open te zetten, want de Waalbrug zal de lucht ingaan......... maar er gebeurt niets.

A1 vroeg, om ± 8 uur 's avonds, gingen de kinderen met An in de kelder te rusten.

Daar ging de telefoon. Hier Dick Bartelink, hij was röntgenoloog en woonde met zijn gezin in een groot huis met bos er achter op de kruising van Grootstalselaan en de grote weg naar Venlo. Zij waren grote vrienden van ons. "Zeg Wim kom onmiddellijk met Nan (mijn vronw) hier een whisly drinken. Wij zitten heerlijk buiten, temidden van allerlei hoge officieren en de bosjes achter ons huis zi.jn een groot Engels en Amerikaans Kamp."

Helaas dat feest met een half uur fietsen door een vijandelijke linie kon niet doorgaan. Hij wenste ons sterkte toe. Geen 5 minuten later ging de telefoon weer. lk kreeg nu blijkbaar veel "praktijk". Hier noeder Overste uit het bosje (Jacobslaan). "Dokter, kunnen we veilig dollars aannemen?" ''Gerust, moeder".

Omstreeks negen uur ging de telefoon weer. Toen kreeg ik de vreemste boodschap die ik mijn hele leven ontvangen heb. Het was vriend Jannink. "Dokter wilt U onmiddellijk een paar tanks sturen? om de moffen uit het postkantoor te jagen; zij willen de zaak in de lucht laten vliegen met de Waalbrug erbij. Jawel

Jannink, er komen tanks. Ik belde toen Dick Bartelink weer op en meldde mijn boodschap. (zie Ryan, pag. 265) "’t komt in orde , meldde hij na enige ogenblikken: in de kelder konden mijn vrouw en ik gaan slapen, maar sliepen niet: wij lagen de uren af te tellen, maar geen tanks. Tot opeens - ik denk om ± 4 uur, hoorde

ik ze komen aanratelen en schreeuwen in de Staringstraat. Er volgden een paar kna1len. Toen was alles weer stil.

Maandag l8 september 1944 (D-day, mededelingen o.a. uit het dagboek van myn vrouw)

Om 's ochtends kwart voor vijf worden we weer wakker door het geluid van explosies. De strijd is ontbrand. Wij ontbijten gauw om dan in de kelder weg te schuilen. Overa1 zijn nu groepjes duitse militairen met machinegeweren op de singel aan het schieten en om half negen komt er een 88 mm kanon vlak voor onze deur aangerold. Bij elk schot, in de richting van het station, staat ons huis te trillen. Vanuit het kelderraam kan ik elke manoeuvre van het kanon met zijn gillende ofticier en manschappen precies volgen. Eindelijk, om half twaalf gaat het kannon langzaam verdwijnen in de richting van het Keizer Lodewijkplein. Om 2 uur beginnen de machinegeweren weer te ratelen en komt het kanon weer terug en schuift zelfs verder in de richting van het Keizer Karelplein. Net als het wat rustiger wordt,- om ±18 uur-,ziet An vanaf het dak dat de huizen in de Staringstraat worden aangestoken eerst het huis van de familie Lagerwey (tegenover het huis van collega HoeInagels), en toen de zilverwinkel van Pfeiffer daarnaast. Goddank lag er een stuk tuin tunsen deze huizen en het verlaten) hoekhuis op de Singel, zodat dit huis en de singelhuizen voorlopig veilig leken. Overal zie je de vluchtende mensen met handkarren, want langzamerhand brand het overal (zie de uitgebreide fotoseries van het brandende Nijmegen, bij het

binnenrukken van de geallieerde troepen in het British war Museum, Battersey Londen s.s.

Pater van Ogtrop en en ik komen handen te kort om vanaf de badkamer 1ste verdieping) de achtergevel te beschermen tegen de enorme vonkenregen. De kersenboom in mijn achtertuin is een brandende flambouw. Om beurten gaan wij met de lange tuinslang door het zolderluik het platte dak op om te spuiten. Daarbij

proberen wij ook om met deze lange slang de platte daken van de buurrhuizen in de richting van de Staringstraat kletsnat te houden maar den ineens wordt het ons duidelijk: als je rechtop gaat staan op het dak of in de tuin, dan fluiten de kogels je om de oren. De moffen schieten vanuit het postkantoor en van

uit de singelhuizen tegenover ons. Tot middernacht hebben we zo om beurten liggend gespoten. Een granaatgat en talrijke kogelgaten van machinegeweervuur zaten in de bovenkamers van het voorhuis. Maar toen kregen we geluk De wind draaide naar het Zuiden, de vonkenregen ook.

Aan de voordeur belde een jongen van ± 20 jaar van de luchtbeschermingsdienst dat hij bereid was om die nacht op het dak te blijven spuiten. Ik instrueerde hem en wij gingen toen wat rusten, want onze omgeving en het posikantoor Ieken veilig te zijn. An sliep boven en zij hoorde de jongen nog laat op het dak lopen.

Dinsdag 19 September 1944 (D-day-2)

Het was prachtig weer. Wij waren al vroeg op. Het ontbijt stelde niets voor, want er was geen gas. Ik durfde wel kruipend het dak op te gaan om te zien hoe het met de brand stond. De hoek van de van Welderenstraat en de Staringstraat stonden in de felle brand. Op het dak zag ik niemand en de tuinslang was onbemand. Ik keek over de dakrand naar heneden op de singel. Daar lag onze jonge brandweerman dood in de tuin naast het huis van de familie Jansen. Was hij van het dak geschoten? De singel was leeg.in een omezien was ik bij hem. Hij was dood. In zijn binnenzak voelde ik zijn portefeuille zitten en ik haalde die te voorschijn. Er viel een kaart uit op de grond. Ik raapte die op. Het was de lidmaatschapskaart van de Hitlerjugend met zijn naam en identiteitestempels. Even verder op lag ook een dode soldaat: de buren en overburen, die mij op de straat zagen, riepen: "Zijn wij nu Engels of Duits?" Er kwam niemand op mijn spreeknur..., maar om ± half elf ging de voordeurbel. Ik deed zelf open. Op de stoep stond Jan van Hoof met (als ik mij goed herinner een witte doktersjas aan en een rode kruisband om zijn arm. Nog op de stoep staande schreewde hij het uit: "Ik heb de brug gered, ik heb de brug gered. Ik heb alle kabels doorgesneden." Jan was door het dolle heen. Ik trok hem naar binnen en wilde hem wat te drinken geven. Maar hij weigerde en zei dat hij nog verder weg moest onmiddellijk. "Ik moet naar kapitein Bestebreurtje. Ik moet gidsen!" (Hij was padvinder). Hij holde de singel weer op in de richting van het station (zie Ryan blz.375 en 418) Helaas wisten wij weer ganw dat wij nog duits waren. Overal doken de duitsers met hun machinegeweren weer op, en daar kwam dat vervloekte 88mm kanon ook weer voorgereden. Ook de branden laaiden weer op; het was een hopeloze toestand, en wij doken weer weg in de betonnen verwarmingskelder. Boven ging de telefoon:het was 15.30: ik durfde er haast niet naar toe. Daar was Jans Bartelink. Juichend meldde zij "de tanks zijn juist in beweging gekomen, -rijen dik-, om Nijmegen binnen te rijden. Vele soldaten hebben zich in onze tuin verfrist. De kinderen renden naar boven, tooiden zich in het Oranje en ik deed een Oranje das aan. Zo verliep de tijd, vijf uur, zes uur, zeven uur... geen tanks, integendeel, het kanon begon weer te bulderen, het werd een enorm spektakel. Wij wisten niet hoe gauw alle oranjespullen weer in de kast verdwenen. Om half acht hoorden wij jongensstemmen en geschuifel van voeten in de tuin. Ik ga naar boven, en maak de deur op een kier open om te luisteren. Zij spreken Nederlands en zijn van de luchtbescherming: dus gaat de deur weer dicht. Op de singel zien wij nog steeds schietende duitsers. lk maak met An nog een natspuitronde. Gezamelijk wordt er weer gebeden en dan gaan wij om 21.00 unr maar naar beneden op de matrassen liggen. Als dat schieten maar eens wou ophouden. Om 23.30 hoor ik weer geschuifel in de tuin: op een kier doe ik het raam open van de kelderkeuken en luister. Jawel hoor, engels....dat is engels. lk ren naar achter en vertel het aan mijn vronw. "Wees toch voorzichtig, zegt zij" maar ik ren terug en maak de kelderdeur open. lk roep heel zacht naar boven "Hallo, all right". "Oke", en daar kwamen drie Amerikaanse parachutisten het stenen trapje af. Twee engelse sigaretten. Toen kwam mijn vrouw aangerend. Onze drie bevrijders uit Texas. Even nam ik een van hen mee naar het dak en terug: Ofschoon de brand nog fel woedde rondom, stelde hij ons gerust; Misschien wist hij minder van brand af dan wij, maar wij geloofden hem, omdat hij onze bevrijder was.

Zij hebben honger en wij scharrelen wat rijst en soepvlees bij elkaar. Met z'n drieen lepelden zij de pan leeg toen kwam de borrel en wij dronken op hun President en hun gezondheid. Zij namen hun helmen af en sprongen in de houding. Toen kwamen er tranen. De kinderen vergapen zich aan de bonte parachutisten

mantels; zij gaan met een plak chocolade weer near bed. ln de keuken leggen wij 3 matrassen.Twee parachutisten vallen onmiddellijk in slaap, en de derde brengt zijn machinegeweer in stelling met de loop tussen de trapper door gericht op de singel. Na alle emobies sliepen wij weer voor het eerst tot half zeven, midden in het gevecht en de brand.

Woensdag 20 september (D-Day 3)

Om half zeven is het weer licht buiten. Onze Amerikaantjes gaan weer vertrekken. Zij moeten verder, want vandaag moet de brug veroverd worden, en dan in een ruk door naar Arnhem. Die dag zijn wij "niemandsland" en is de singel een schietbaan. De duitsers schieten vanaf de brug met de artillerie naar het Keizer Karelplein, en de Engelsen vanaf het Keizer Karelplein naar Valkhof. En toch voelden wij ons anders: wij vroegen ons allen af of er nog een steen op de andere zou blijven. Maar dat viel achteraf erg mee. Er was nog een wonder. Het blik van Mevrouw Veeger werd opengemaakt en daarin zat ...Kip. Om 5 unr 's middags hield het artilleriegevecht op en om 6 uur stroomden de tanks en alle buren de singel op: en a1 ganw kwam de feestmelding: de brug is behouden en de eerste tanks zijn al aan de overkant. Het was 19.15 (Ryan blz.419). Maar tegelijk vernam ik ook dat Jan van Hoof de redder van de Waalbrug is.

Donderdag 21 september (D-day 4).

Het feest begon al vroeg (zie mijn film). Voor mijn deur staat een engelse tank. De "driver'' zit te slapen en kijkt als hij wakker wordt verbaasd op. Er zit ‘n dame naast hem, mijn vrouw. Ook de buurmeisjes Jansen en Deyl zitten al in jeeps. Mevrouw de Haan, mijn overbunrvrouw steekt de singel over en zegt onthutst: Dokter, wilt u direct komen met een pear engelse soldaten:het spooks in mijn huis". De soldaten vinden 3 mof'fen op zolder in de klerenkast. Zij worden naar buiten gebracht en worden door de burgers bijna gelyncht. Mijn vriend en collega Beckers (enkele huizen verder) heeft met zijn grote gezin een nele nacht tussen twee vuren gezeten. De bovenpartij op zolder dreigden hem en zijn gezin met de kogel en de Amerikaantjes in de kelder stelden hem gerust met sigaretten: verraad door sigarettenrook?

De optocht in looppas tussen de tanks, van gevangen genomen duitse soldaten uit de huizen op de singel, gymnasium en Ziekerstraat is op mijn film te zien. Uit deze bewogen dagen wil ik nog een feit vermelden.

Op Zondag 24 September kwam ik 's ochtends om ± elf uur in de "Vereniging". Ik hoorde lawaai in de pikdonkere grote zaal. De zaal was leeg op de twee eerste rijen na. Hier zaten hoge militairen. Ik ging op de verhoging zitten en zag na 4 jaren weer een film. Al ganw bleek mij dat hier een duitse film van de zeer

recense Rijksdagbijeenkomst in Berlijn was, waarin Hitler de Rijksdag toesprak. De officieren van de eerste rijen brulden van het lachen. "Engeland staat op het punt om door de V'1 en V'2 vernietigd te worden enz. enz. Na afloop sprak ik een van de officieren. Hij zeide mij: "Deze film is de mooiste oorlogsbuit uit Nijmegen. Vanavond draait de film in de Londense theaters.

Pp datzlfde moment vocht mijn vriend Collega Gerrit van Manen zijn laatste wanhopige strijd met al zijn gewonden, rondom het kerkje in Oosterbeek en de "Tafelberg" (zie Ryan blz.494 en 495). De volgende dag moest hij evacueren naar Apeldoorn (zie Ryan blz.535).

ln de week van 24 September bezocht ik de familie van Hoof. Ik vertelde hen het bezoek van Jan op Dinsdagrnorgen 19 September. Mevronw van Hoof zei tegen mij: "Begrijpt U nu, dokter, waarom de laatste weken mij de zenuwen de baas waren? Toen kwam het verhaal los. "Jan was lid van de engelse "SECRET SERVICE'' evenals de neus, -keel en oorarts G.A. Sedee. Zij hebben samengewerkt bij de brug Jan pluisde alle stellingen op het Hunerpark nauwkeurig uit en de ligging van de kahels naar en op de brug: dokter Sedee bracht alle tekeningen over op Klein~eeldfoto’s, die in de manchetknopen van een matroos via Delfzijl en Stockholm naar Londen gingen."

Collega Sedee, een van mijn estafettes, heb ik na de oorlog niet meer teruggezien. Ik meen dat hij naar den Haag is gegaan en daar is overleden. Hij heeft mij eens verteld, dat hij als zoon van een Nederlandse paradijsvogelhandelaar op Nieuw-Guinea geboren was en als kleine jongen was mee geweest met de expeditie van Kapitein H.Colijn naar het Wilhelminagebergte.

Mijn huis was steeds met ± 12 Engelse en Canadeese soldaten bezet.

A1 enige malen had Jannink mij gewaarschuwd dat de dozen met trotyl nog in het postkantoor stonden zijn eigen pogingen om de Canadese soldaten in het postkantoor tot verwijdering van deze springlading over te halen waren op niets uitgelopen. Op een morgen, drie weken na onze bevrijding van Woensdag 20 September, zag ik in het postkantoor een brandje van de raamgordijnen in de (canadese) keuken op de lste verdieping Op dat moment heb ik zonder pardon de captain van de canadese engineers die in mijn huis was, met 4 manschappen meegenomen naar het postkantoor.

Jannink ging mee naar boven en wilde de kamer instappen, maar de captain greep hem bij zijn arm en trok hem terug in de gang. Ik zag op de tatel de dozen staan. In het platond was een groot gat waardoor je zo in de lucht keek. De tankgranaat was dwars door de kamer naar boven gevlogen. Door de regen stond

de vloer enige centimeters onder water. De captain vertelde van het drama bij de verovering van het postkantoor in Napess, waar -door een boobytrap de trotyllading toch nog geexplodeerd was met tientallen doden. Toen de captain voor de deur neerknielde en zo zij: vinger in het water stak, namen Jannink en ik ijlings de benen. Eerst na 5 uur arbeid was de captain terug en het postkantoor met de ongeving was definitief veilig,

Op een avond in October was er een "party" met gezelschapsspelletjes in de keuken. Pannekoeken en bier. Ook captain Charles Hudson (Londen) van de Guards Armoured Division en Fred Slater, een Londense busconducteur van hetzelfde regimnt, die beiden bij ons ingekwartierd waren zaten om de tafel. Fred was altijd de grootste gangmaker bij alle gezelschapespellen. Of Fred met het verhaal op tafel kwam of een van de andere Canadese vriendjes, dat weet ik niet meer, maar het gesprek ging over de verovering van de Waa.lbrug op Woensdagavond 24 September en hij werd ineens dood-ernstig. Of Fred zelf of een van de anderen die het eerst over de brug gingen (Ryan blz.415-419) had een van de 4 tanks bestnurd. Iedereen en vooral wij luisterden met open monden.

"Wij hafden gedacht om hard naar de overkant te rijden, want de brug kon toch nog eens springen. Maar dat ging eenvoudig weg niet. Bij tientallen sprongen jongetjes van 15-16 jaar voor je tank en schoten hun pistooltjes af met de roep "Heil Hitler" werden ze gewoon overreden. Ondertussen schoten oude soldaten vanuit de brugbogen op ons. Wij moesten ze stuk voor stuk uit de bogen wegschieten. Wel vier- vijf honderd soldaten ploften zo in de rivier en verdronken. Het was vreselijk: een strijd alleen maar op de dood, -zonder gevangenen- maar het geheel had weg van schijfschieten op een kermis. Wij zullen dit gevecht. met deze gekkentroep nooit vergeten. Ik dacht: Rauter met zijn psychopathen-corps.

Eind November, toen het Ardennen-offensief begon, was de toestand rondom de brug in Groesbeek en in Slijk Ewijk (Slikkewik) weer kritiek. Gollega Noorduyn die arts was voor de grote Kelderbevolking van het Canisius-College op de Berg en Dalse weg, luidde de noodklok. Zeventig granaatinslagen op een nacht.

Juist zou ik er naar toegaan, toen Majoor Blaauw zich vanuit de St.Anna-Stlchting telefonisch meldde: "De Raad van Townmajor's (Townmajors bestemd voor Arnhem, Apeldoorn enz) heeft eenstemmig besloten, dat de bevolking van Nijmegen geevacueerd moet worden naar Noord-Brabant. Het Rode Kruis zal helpen. Wil jij de artsen waarschuwen?"

Mijn antwoord was dat ik de Ziekenhuisdirecteuren.en de "kelder" artsen zoveel mcgelijk zou waarschuwen, maar dat die waarschuwing een informatie was en dat ik hoopte om binnen twee uur het antwoord klaar te hebben.

Nu was dat antwoord-ook eenstemmig en ook van Noorduyn-NOOIT.

Patienten, burgers en artsen die geraadpleegd werden, wilden, als het moest-in Nijmegen doodgaan en nergens anders. Deze mening-er waren nog ongeveer dertig duizend mensen in Nijmegen-was mede gebaseerd op de lijdensweg,welke de geevacueerde vrouvenbevolking uit de Over-Betuwe had moeten ondergaan. lk geloof dat Blaauw in zijn hart blij was met dit antwoord, en enige dagen later, toen alle officieren met een geladen revolver op zak liepen, tijdens het Ardennenoffensief), kreeg ik van verschillende officieren te horen, dat de houding van de burgerbevolking voor hen een riem onder het hart was.

Met Kerstmis was alle zorg weer voorbij en hadden wij zelfs boven een klein dinertje van een 8tal vrienden uit de Off'iciers'Mess. Alle lekkernijen en dranken werden bij de gastvronw en gastheer binnengebracht (!) en de onvergelijke kok Jim Parker uit Ointree (Liverpoo1) maakte op ons gasfornuis het diner klaar. Na de maaltijd wilde ik met het gezelschap naar boven gaan naar de huiskamer, maar daar hoorde ik stemmen. ik ging naar binnen. De sigarenrook kon je snijden, maar ik kende direct een van de bij mij ingekwartierde officieren. Hij was Captain van de Royal Canadian Engeneers. Er zaten 6 Canadese engineers rondom de tafel. In het midden lag een grote blanwdruk. "TOP SECRET" stond er in de linkerbovenhoek en een van hen legde er onmiddellijk zijn hand op Maar als bij intuitie had ik het gezien. "Wordt dat de nieuwe Bailey-brug bij Arhhem? (Crerar-bridge). Zij konden het niet onikennen "Wij gaan er dadelijk op uit (het was ± 10 uur 's avonds) om opmetingen te doen in de rivier. De avond van de 2de Kerstdag kwamen zij weer terug. Hun missie, -dwars door de vijandelijke linies en in de ijskoude rivier was zonder kleerscheuren afgelopen en volledig geslaagd. De nienwe brug van Arnhem kwam weer binnen bereik.

Tenslotte nog een opmerking over de Waalbrug. Op mijn oorlogsfilm heb ik in.de strenge winter van 1942/43 mijn kinderen gefilmd schaatsenrijdend op het ijs van de Waal bij het kolkje. Op de acntergrond ziet men de Waalbrug in de takeltorens, welke de firma Krupp gebouwd heeft om deze zware en gecompliceerde brug weer op zijn plaats te krijgen. Bij dit herstel op last van de Wehrmacht behoorde natuurlijk meteen een "deutschgründliche" methode om hem weer op te blazen.

Dit detonatiestelsel begon bij het postkantoor, zoals Janink mij herhaaldelijk heeft verteld. Het veel kleinere en in alle haast in elkaar gezette detonatiestelsel van de duitse verdediger van de brug, Generaal Harmel, vanuit de brugbunker bij Lent (Zie Ryan blz.329) heeft ook niet gewerkt. (zie Ryan blz. 417).

.

Ik hoop dat dit verslag van de vierdaagse strijd om Nijmegen en de Waalbrug een bruikbare bijdrage mag zijn voor de geschiedenis van "Market Garden" ..... want geschiedschrijving en geschiedenis is een legkaart.

Juli 1976.

W. Weebers