Notes


Tree:  

Matches 172,701 to 172,750 of 173,431

      «Prev «1 ... 3451 3452 3453 3454 3455 3456 3457 3458 3459 ... 3469» Next»

 #   Notes   Linked to 
172701 Zeus als Artemis Family F292416
 
172702 Zeus als Feuer Family F228718
 
172703 Zeus als goldener Regen Family F228721
 
172704 Zeus als Hirte Family F292422
 
172705 Zeus als Kuckuck
Kinder:
Hebe , Ilithyia , Arge .
Gemäß Homer auch Hephaistos ,
gemäß Hesiod auch Ares 
Family F228712
 
172706 Zeus als Satyr Family F292407
 
172707 Zeus als Schlange Family F292424
 
172708 Zeus als Schwan Family F228714
 
172709 Zeus als Stier Family F292412
 
172710 Zeus gab ihr auch die Fähigkeit, ihre Augen aus den Augenhöhlen zu nehmen. Zeus zeugte mit ihr einen Sohn, der aber von seiner ständig eifersüchtigen Gattin Hera getötet wurde. Aus Trauer und Zorn über den Verlust ihres Kindes verwandelte Lamia ihr Haupt in ein Schlangenhaupt (ähnlich der Medusa ) und begann, die Kinder anderer Mütter zu töten, zu häuten, zu zerstückeln und zu essen.
Der griechischen Mythologie zufolge sollen die Lamien nach dieser Lamia benannt worden sein. Lamia wird auch als Mutter der ersten Sibylle genannt 
Lamia (I665491)
 
172711 Zeus schlief mit ihr in der Form eines Hengstes, eine Insel im schwarzen Meer wurde nach ihr benannt. Philyra (I423898)
 
172712 zeven kinderen Family F179140
 
172713 zeven kinderen Family F231999
 
172714 zeven kinderen Family F284023
 
172715 zeven kinderen Family F284304
 
172716 zeven kinderen waarvan er drie de volwassen leeftijd haalden Family F315802
 
172717 zeven kinderen, allen gedoopt in de Westerkerk Family F188221
 
172718 Zeven kinderen. Family F204122
 
172719 zeven van hun tien kinderen stierven voor ze de leeftijd van zes jaar hadden bereikt;
sommigen stierven al na enkele dagen of maanden 
Family F163918
 
172720 zevende kind, vierde zoon

minister

Over Josephs schooljaren is alleen bekend dat hij een deel van zijn opleiding ontving aan het jezuïetencollege in Freiburg im Breisgau. In 1835 ging hij in Utrecht rechten studeren, waar hij in 1837 zijn kandidaats- en in 1838 zijn doctoraal examen aflegde. In het volgende jaar promoveerde hij - nadat hij in oktober 1838 verhinderd was - bij J.M.F. Birnbaum op een verhandeling over Discrimen inter jus Francicum et Neerlandicum de jure hypothecarum, comparato cum jure Romano (Trajecti ad Rhenum, 1838) en vestigde zich als advocaat te 's-Hertogenbosch.
In verband met het conflict met België was de regering in de jaren dertig terughoudend geweest bij het benoemen van katholieken op belangrijke posten in het bestuur en bij de rechterlijke macht. De hierdoor ontstane onevenredigheid in de verdeling van posten tussen katholieken en protestanten werd daarna enigszins gecorrigeerd. Deze ontwikkeling, die in de jaren veertig werd versterkt door de welwillende houding van de Koning tegenover de katholieken en daarna door het in 1848 gewijzigde politieke klimaat, kwam het carrièreverloop van De Willebois ten goede. In 1842 werd hij substituut-officier van justitie te Breda, in 1847 officier van justitie te Roermond, in 1851 advocaat-generaal bij het gerechtshof in Arnhem en in 1855 procureur-generaal bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Eén van de eerste besluiten van het kabinet-Van der Brugghen in 1856 gold de benoeming van Van der Does de Willebois tot commissaris des Konings in Limburg. Het gouverneurschap van deze provincie werd in deze periode als een zware post beschouwd: koning Willem III was als hertog van Limburg lid van de Duitse Bond, waardoor, zoals in 1848 was gebleken, gemakkelijk internationale complicaties konden ontstaan; meningsverschillen over het aftappen van Maaswater leidden voortdurend tot irritaties in Brussel en Den Haag; het merendeel van de Limburgers voelde weinig affiniteit met de Nederlandse staat. Koning en kabinet zagen in de gematigde Van der Does de Willebois, die tot dan toe geen duidelijke politieke standpunten had ingenomen en dat ook later niet zou doen, de man die tegen deze moeilijkheden was opgewassen.
De aanleg van spoor- en waterwegen, waarvoor Van der Does de Willebois grote belangstelling had, brachten hem regelmatig in contact met Belgische en Duitse autoriteiten. Zo werd hij tweemaal naar Berlijn gezonden om over spoorwegovereenkomsten te onderhandelen. Daarnaast hadden sociale vraagstukken zijn aandacht. In Limburg genoot Van der Does de Willebois grote populariteit. Op den duur bleef hij echter niet onomstreden. Dit was het gevolg van enerzijds bepaalde relaties binnen de kring van de Limburgse elite, waarin rond de figuren van de Maastrichtse burgemeester W.H. Pijls en de industrieel Petrus Regout facties waren ontstaan, en anderzijds zijn weigering medewerking te verlenen aan ongelimiteerde uitbreiding van het aantal kloosters dat in verband met de Kulturkampf in Duitsland net over de grens in Limburg werd gevestigd.
Bij de kabinetsformatie van 1874 werd Van der Does de Willebois door J. Heemskerk Azn. gepolst voor de portefeuille van Justitie. Dit verzoek geeft niet alleen een indicatie van de plaats van Van der Does de Willebois in het politieke spectrum, maar toont ook aan dat zijn capaciteiten hoog werden aangeslagen: van de minister van Justitie werd verwacht dat hij de rechterlijke organisatie zou herzien en een nieuw wetboek van strafrecht zou voorbereiden. De formateur, die op zoek was naar een katholiek in zijn kabinet, kende Van der Does de Willebois uit de spannende jaren 1866/1867, toen Limburg weer in het internationale spanningsveld dreigde te raken door het conflict binnen de Duitse Bond en door de Luxemburgse kwestie. Heemskerk was toen minister van Binnenlandse Zaken. Als gevolg van verschuivingen met personen en portefeuilles tijdens de formatiegesprekken kreeg Van der Does de Willebois ten slotte Buitenlandse Zaken, het departement dat in deze jaren fungeerde als sluitpost bij een formatie. Van der Does de Willebois' bestuurlijke ervaring en zijn internationale contacten kwalificeerden hem voldoende voor dit ambt. Het feit dat Van der Does de Willebois door zijn tweede huwelijk met de vermogende barones De Crassier financieel onafhankelijk was geworden, waardoor hij het zich gemakkelijker dan andere kandidaat-ministers kon veroorloven naar Den Haag te verhuizen en daar een bij zijn ambt passende woonruimte te kopen en in te richten, heeft bij de verdeling van portefeuilles wellicht eveneens een rol gespeeld.
Het buitenlands beleid van Nederland was in deze jaren angstvallig passief. België, dat zich door Duitsland bedreigd voelde, trachtte de aandacht van Nederland te vestigen op het probleem van de Belgische veiligheid. Pogingen van Brussel om Nederland tot aanschaffing of beperking van het remplaçantenstelsel en verhoging van de sterkte van het parate deel van de militie over te halen of voor een douaneunie, die ook de politieke betrekkingen tussen beide landen ten goede zou zijn gekomen, te interesseren, leden schipbreuk. Tijdens het ministerschap van Van der Does de Willebois werd de hoogleraar in het volkenrecht T.M.C. Asser als raadadviseur aan het departement van Buitenlandse Zaken verbonden, waardoor een begin werd gemaakt met de introductie van het volkenrecht als constituerend onderdeel van het buitenlands beleid. Van der Does de Willebois had zowel in de voorbereiding als in de uitvoering hiervan een actief aandeel.
Van blijvende betekenis waren zijn maatregelen op organisatorisch gebied. Zowel in de halve eeuw vóór het ministerschap van Van der Does de Willebois als in de eeuw erna was het gebruikelijk dat reorganisaties van het departement van Buitenlandse Zaken en van de diplomatieke en consulaire dienst alleen tot stand kwamen tijdens de ambtsperiode van ministers die zelf niet uit het ambtelijk apparaat van het departement of uit de buitenlandse dienst afkomstig waren. Het was vooral aan de bestuurlijke ervaring van Van der Does de Willebois te danken dat hij erin slaagde de halve eeuw oude organisatie van het departement aan de eisen van die tijd, nl. de snel groeiende betekenis van de buitenlandse economische betrekkingen, aan te passen. Het departement kreeg een functionele indeling: naast het kabinet van de minister en de algemene secretarie kwamen er drie afdelingen: een voor politieke zaken, een voor consulaire en handelszaken en een voor comptabiliteit (1876). Een jaar eerder was de consulaire dienst al op een nieuwe leest geschoeid, waarbij een opleiding voor consuls in het leven was geroepen. In 1877 werd ook het uit 1814 daterende reglement voor de diplomatieke dienst grondig herzien. In 1877 kwam het kabinet-Heemskerk over de onderwijskwestie ten val. Van der Does de Willebois bleef daarna als ambteloos burger in Den Haag wonen. Toen Heemskerk in 1883, geheel buiten de Kamer om, een kabinet van conservatieve signatuur ging samenstellen, betrok hij vanaf het begin Van der Does de Willebois bij de formatie. De laatste nam opnieuw Buitenlandse Zaken voor zijn rekening. Tijdens deze tweede ambtsperiode speelden vooral koloniale en commerciële aangelegenheden een rol in het buitenlandse beleid. Op dit terrein deed het departement van Buitenlandse Zaken nauwelijks meer dan het doorzenden naar de diplomatieke posten van instructies die op de departementen van Koloniën en van Financiën waren opgesteld. Dit gold vooral voor de diplomatieke verwikkelingen die in 1883 tussen 's-Gravenhage en Londen ontstonden naar aanleiding van de stranding van het Britse vrachtschip Nisero op een eilandje voor de kust van Atjeh. Van der Does de Willebois' eigen aandeel in het departementale werk was in deze jaren aanzienlijk minder dan gedurende zijn eerste ministerschap. Op 1 november 1885 nam hij om gezondheidsredenen ontslag.
Van der Does de Willebois was een vertegenwoordiger van de katholieke gegoede burgerij, die dank zij de emancipatie snel carrière maakte en, mede door zijn gouverneurschap in Limburg en zijn tweede huwelijk, aansluiting vond bij de aristocratie. Zijn politieke opvattingen, waarvan overigens weinig bekend is, ontwikkelden zich duidelijk in een conservatieve richting.

Naamstoevoeging Bij Kb van 28-8-1856 Nr. 55 Gewijzigd In van der Does de Willebois

- advocaat te 's-Hertogenbosch, van 1839 tot 1841
- substituut-Officier van Justitie te Breda, van 7 april 1842 tot 1845
- vrederechter, van 1845 tot 1847
- Officier van Justitie te Roermond, van 30 juli 1847 tot 1851
- advocaat-generaal Provinciaal Gerechtshof te Arnhem, van 9 april 1851 tot juli 1855
- procureur-generaal Provinciaal Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 5 juli 1855 tot 30 september 1856
- Commissaris des Konings in Limburg, van 1 oktober 1856 tot 27 augustus 1874
- minister van Buitenlandse Zaken, van 27 augustus 1874 tot 3 november 1877
- ambteloos, van november 1877 tot april 1883
- minister van Buitenlandse Zaken, van 23 april 1883 tot 1 november 1885
- minister van Staat, 31 oktober 1885

opleiding(en)
- gymnasium te 's-Hertogenbosch
- gymnasium te Freiburg; jezuïetencollege
Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Utrecht, van 18 december 1835 tot 9 februari 1839

- Voor Limburg heeft hij veel gedaan en hij was er wegens werkzaamheid en welsprekendheid erg populair; tot verbazing van velen werd hij minister in tweede Kabinet-Heemskerk
- Had als Commissaris des Konings wel vele internationale zaken te regelen vanwege de ligging van Limburg
- Bracht in 1877 een nieuwe regeling voor de diplomatieke dienst tot stand
- Nam ontslag in 1885 in verband met zijn gezondheid

anekdotes
Was bevriend met de koning en maakte met hem om mooie zomeravonden wandelingetjes langs het strand van Scheveningen.

niet-aanvaarde politieke functies
minister van Justitie, juli 1874; tijdens de formatie-Heemskerk; later werd hem Buitenlandse Zaken aangeboden

woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Hertogenbosch
- Maastricht, van 1856 tot 1874
- 's-Gravenhage, vanaf 1874

Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 7 juli 1867
jonkheer; bij Koninklijk Besluit nr. 2 van 18 okt. 1877 in de adelstand verheven

publicaties/bronnen
"Discrimen inter jus Francicum et Neerlandicum de jure hypothecarum, comparato cum jure Romano" (dissertatie, 1839)

- Biografisch Woordenboek van Nederland, dl.III, 659
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, dl.X, 1209
- M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"



COMMISSARISSEN DER KONINGIN

Does de Willebois PJAM van der 1856-1874
Gericke van Herwijnen JEPE jhr 1839-1845
Hövell tot Westerflier EOJM van baron 1918-1936
Houben FJMAH 1947-1963
Kremers J 1977-1990
Kuyper EJCM de jhr 1874-1893
MacPherson PDE 1845-1846
Marchant et d'Ansembourg MVEHJ de graaf 1941/46
Mastenbroek EM 1990-1993
Meeuwen EJP 1846-1856
Rooy CJMA 1964-1977
Ruijs de Beerenbrouck CJM jhr 1918-1918
Ruijs de Beerenbrouck GLMA jhr 1893-1918
Sonsbeeck WGA 1936-1946
* Voorst tot Voorst BJM van baron 1993-  
van der Does de Willebois, Pieter Joseph August Marie (I177063)
 
172721 zevenden zone
Acht in Dordrecht,
Ontfanger van de Graaffelijkheyds Tolle tot Gorinchem
h.
Kinderen:
1.
2. Margareta de Witt Wittensdochter, troude Kornelis Doudijns Geritsz, secretaris tot Gorinchem, nalatende
- Johan Doudijns, troude de feyter, hadden kinderen
- Gerard Doudijns, troude Margareta van Kerkwijk, hy sterff zonder oir. 
de Wit, Witte Jansz (I641623)
 
172722 Zevenhuizen, impost 6, gaarder 20 aug 1702 Family F285839
 
172723 zich later noemend Keimpe Syds van Donia van Donia, Syds (I702196)
 
172724 zich noemende Baron van Aylva, heer van Waardenburg, Hier, Neerijnen en Oldeland (door koop), grietman, lid staten van Friesland van Aylva, Tjaard (I164169)
 
172725 zich noemende Gabriel Lambertus de Vidal de Saint Germain Vidal de Saint Germain, Lambertus Gabriel (I724645)
 
172726 Zie "Itinera Nova, acte 15.3, acte 192 Family F1305329
 
172727 Zie aangehechte bronnen. Courtenay, Margaret (I111320)
 
172728 Zie aangehechte bronnen. Asselstine, Lydia Maria (I170628)
 
172729 Zie aangehechte bronnen. Coate, William (I201990)
 
172730 Zie Anspach, de voormalige heerschap Malsen en het geslacht van Malsen,blz. 57 van Malsen, Otto (I711088)
 
172731 Zie begraafregister van de greformeerde kerk van de Vijfeiken, Margriet (I1917)
 
172732 Zie bidprentje van den Aardwegh, Geertruida Maria Anna (I6648)
 
172733 Zie biv nalatenschap van J.J. Boldoot Heukensfeldt, Wilhelmus Martinus Gerardus (I515)
 
172734 zie Bloys en Belonje - Kerken NH Deel III blz. 24 en 25. Zie ook "De nationale positie van het huis van Egmond in de 15de en 16de eeuw" in het jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1960 - blz. 33 – 39). Jan van Egmond, werd een der eerste aanvoerders van de Kabeljauwen en bezocht als kruisridder de Heilige plaatsen. Hij volgde in 1483 zijn vader op als heer van Egmond en werd bij diploma van Maximiliaan te Brussel op 12 november 1486 verheven tot Eerste Graaf van Egmond. Hij was kamerheer van Maximiliaan in 1477, slotvoogd van Gorinchem in 1481. Van 1483 tot 1515 was hij stadhouder van Holland. Hij kocht in 1481 de heerlijkheid Purmerend, verwierf tevens Baer en Lathum, werd in 1491 ridder in de orde van het Gulden Vlies. In 1504 kocht hij de heerlijkheden Hoogwoude en Aertswoude. In 1481 was Manke Jan betrokken bij het beleg en de inname van Dordrecht (Hoekse en Kabeljauwse Twisten) Zie raam in de Grote Kerk Dordrecht. Hij streed tegen de laatste Hoeken en bracht hun in 1490 in het Gat van Brouwershaven een gevoelige nederlaag toe. In 1492 sloeg hij de opstand van het Kaas- en Broodvolk in Noord-Holland neer. Uit een verhouding voor zijn huwelijk met Josina van Waervershoef (circa 1482 teAndijk) werd een zoon (Allert Groot bastaard Van Egmond) geboren, welke door de graaf als natuurlijke zoon werd erkend. (Zie ook Tabel no. 7 - "Het Privilege Semeyns" - P.J.Buyskes - Haarlem 1907.) van Egmond, Graaf Johan III (I38182)
 
172735 Zie Brabantse Leeuw1961,pagipost 180. de Laure, Helena (I378629)
 
172736 Zie ES NF Band IV Tafel 149


RFN 5450 
Family F65960
 
172737 Zie ES NF Band IV Tafel 149


RFN 7903 
Family F66000
 
172738 Zie ES NF Band IV Tafel 150


RFN 7898 
Family F65990
 
172739 Zie ES NF Band IV Tafel 150


RFN 7899 
Family F65991
 
172740 At least one living or private individual is linked to this note - Details withheld. Living (I10573)
 
172741 zie Gens Nostra 1990 (nr. 10/11), p. 458 van Ravesteijn, Janneken (Johanna) Gabriël Henriksdr. (I548640)
 
172742 Zie haar levensschets in het boekje van Alberdingk Thijm 1896. Treedt 29.9.1666 in het Capucinessenklooster te Kortrijk, geprofest 18.10.1667 van der Gheest, Jacoba Theodora (I8378)
 
172743 Zie kwst. Eijssen en Alofs p. 303.
Notitie: Merres, van Fall oft Hoekelom. 
Marres, Reijner (I398532)
 
172744 zie Ned. Leeuw 1966, kolom 348 de Rover, Lijsbeth Claes Huijgens (I711079)
 
172745 Zie Ned. Leeuw 1966.
Heer van Vaerrenberch Haestenberch, schepen van Luik. 
Oem, Jan (I723563)
 
172746 zie Ned. Leeuw 1966. Wijkt af van Gens Nostra 1968 (Karel de Grotenummer), blz. 301/302. Zie ook opmerking bij Gens Nostra 1991 (Karel deGrote nummer), blz. 384 van Haastrecht, Willem (I711078)
 
172747 Zie Ned. Patriciaat 40 (1954), p.367 van Spaendonck, Johanna Maria Franciscus (I446606)
 
172748 Zie Nederlands Adelsboek 1923, 1953 Family F189362
 
172749 zie NL 1911, 1924 en 1939 p. 126
Aangetekent te Lienden bij zijn overlijden.
"Hij is 55 jaar schout geweest was ook proponent geweest verstont sig seer wel op ´t hebreeuws, latijn en over Frans". Bron: Tabula Batavorum VIII no.1 (1990).

Wapen: in zwart een zilveren roos, goud geknopt en goud gepunt, vergezeld van drie gouden hoefijzers (2 en 1) met de kalkoenen omlaag. Helmteken: een der hoefijzers van het schild tussen een zwarte vlucht. Dekkleed: zwart en goud [bron: NL 1939 p. 126, Gelderse-Overijsselse Studenten Vereniging, Utrechts Gemeente Archief: MS 2200 dl. III no. 98]

Vicarus der vicarien in de kerk van IJzendoorn,
Schout te IJzendoorn

Theologisch student te Utrecht 
van de Pavort, Jordaan (I495104)
 
172750 Zie notities van Knapen, Geertruyd (I505217)
 

      «Prev «1 ... 3451 3452 3453 3454 3455 3456 3457 3458 3459 ... 3469» Next»

Home Page |  What's New |  Most Wanted |  Surnames |  Photos |  Histories |  Documents |  Cemeteries |  Places |  Dates |  Reports |  Sources